Fietsvakantie verhaal Spanje

Dag 23 - Lourdes

's Ochtends hoorden we weer wilde beesten rond te tent. Bram zag een hert staan twintig meter verderop. Het gras was weer nat van de dauw. Het was niet zo koud als de dag er voor.


De kampeerplaats in de ochtend.

We zaten al vlak bij Lourdes. Via een fietspad over de route van een oude spoorweg bereikten we Lourdes. In het toeristische centrum, met heel veel souvenir winkeltjes, zetten we onze fietsen op slot. Hopelijk stonden die er nog als we terug kwamen. Bij een bakkertje kochten we wat broodjes. Bij de souvenir winkels kon je alles kopen wat je maar kon bedenken. Voordat we in Lourdes waren had ik gezegd dat we daar wel een "I love Lourdes" T-shirt konden kopen, zodat we schone kleren hadden voor in de bus. Na tien meter door het centrum wandelen hadden we al zo'n shirt gezien. Verder hadden ze flesjes in de vorm van Maria beeldjes om te vullen met Lourdeswater. Ze hadden duizenden kruizen, medaillons, kettingen en kaarsen. Het grappigst om te zien waren de Mariabeeldjes die met honderd tegelijk stonden opgesteld, het leek net een speelgoed leger. Ik zocht nog naar een medaillon van Sint Christoffel, de beschermheilige van de reizigers. Er waren zo veel medaillons dat ik die niet kon vinden.

We liepen richting de grot van Lourdes, waar je je kon baden in het heilige water. Het was er erg druk. Ondanks dat er veel mensen waren was het heel rustig. Er was een kerkdienst buiten in verschilldende talen. Een stukje verder kon je kaarsen opsteken. We staken er allbei een op. Niet dat we allebei heel gelovig zijn.


De kaarsen in Lourdes.

Er stonden ook kaarsen van dertig centimeter in doorsnede. We keken even binnen in de grote kathedraal. Daar was ook een kerkdienst bezig.


De grote kathedraal.

We liepen terug naar de fietsen, die er gelukkig nog stonden. Op de weg uit Lourdes maakte ik nog snel een foto van een souvenir winkeltje.


Kruizen in alle maten.

Op de grote weg die uit Lourdes liep zaten een paar grote supermarkten, dat wisten we nog van de heenweg. Al gauw vonden we een Lidl. Bij de ingang zat een man. Eerst dacht ik dat het een backpacker was. Hij had een rugzak, groene kleren, en zag er redelijk netjes uit. Toen zag ik pas dat hij een bakje met geld voor zich had staan. We deden flink inkopen, sinds de vorige dag drie uur 's middags hadden we alleen nog een pizza en wat brood op.

Eenmaal buiten stonden we in de felle zon. De enige plek waar schaduw was was tegen de voorgevel van de winkel. Dat betekende wel dat we dan naast die zwerver moesten gaan zitten eten. We gingen zitten en begonnen wat te eten. De zwerver begon een beetje in zichzelf te praten. Hij werd hoe langer hoe kwaaier. Ik verstond maar de helft omdat het Frans was. Toch weet ik vrij zeker dat hij op een gegeven moment zei dat hij onze fietsen ging slopen. En hij zei honderd keer dat we het niet snapten. Toen er een andere zwerver aan kwam ging hij daarmee praten. Hij zei tegen hem dat hij dacht dat we toeristen waren, en dat we het niet snapten.

Toen gebeurde er iets heel grappigs. Er kwam een vrouw uit de winkel. Ze haalde twee euro uit haar portemonnee en liep daarmee naar ons. Schijnbaar zagen wij er meer uit als een zwerver dan een echte zwerver. De zwerver zei tegen haar "nee dat zijn geen zwervers". Wij lagen dubbel van het lachen. Toen zei hij iets van "ik vind het niet grappig". Met schooien verdien je nog best goed, misschien wel vier euro per uur. Toen we weggingen wilde Bram de zwerver zijn kleingeld geven. We wisten alleen niet of hij daar wel zo blij mee zou zijn. Dus eerst pakten we alles in, zetten we de fietsen in de goede versnelling en keken welke kant we op moesten fietsen. Toen de weg vrij was gaf Bram hem een berg kleingeld. Gelukkig was hij er wel blij mee.

Tot aan Tarbes reden we weer over een heel drukke weg. In Lourdes hebben we veel minder mensen op fietsvakantie gezien dan ik verwacht had. Misschien gaan die alleen naar Santiago. Bij Tarbes reden we via het centrum naar de weg naar Capvern. Vanaf daar was het weer de zelfde route als de dag er voor. Toen we nog twintig kilometer moesten tot Capvern stopten we in een dorpje. Op anderere dagen hadden we geen tijd om te stoppen, nu wel, daarom stopten we expres terwijl we nog makkelijk door konden fietsen. Er stond een kermis in het dorp die pas 's middags zou beginnen. Op een bankje gingen we uitrusten en wat eten. Hoe langer we bleven zitten, hoe vermoeider we werden. Na een uur waren we helemaal sloom en hadden we geen zin meer om te fietsen. Sowieso was het de laatste vijftien kilometer bergop, daar hadden we helemaal geen zin in. Na een uur zitten reden we verder. Vijf kilometer later stopten we alweer om ons dagelijkse toiletbezoek aan de bosjes te doen. Daarna was het nog tien tot Capvern.

De laatste tien kilometer kreeg ik heel veel energie, omdat ik blij was dat we er bijna waren. Die kilometers gingen gemakkelijk voorbij. Eenmaal in Capvern zochten we eerst de plaats op waar de bus zou stoppen, zodat we zeker wisten dat we die konden vinden. Daarna gingen we naar het centrum om boodschappen te doen. Het centrum bleek heel klein te zijn. Er was alleen een bakker die nog anderhalf uur gesloten was. Dan maar anderhalf uur op een bankje in de schaduw zitten. Op dat moment vonden wij dat niet erg. Ik ging mijn sokken en tent op laten drogen in de zon.

We zagen een vrouw die alleen op fietsvakantie was. Zouden er dan toch mensen met de bus mee terug gaan die een echte fietsvakantie hadden gehad? Ze ging met twee bidons een cafeetje binnen en kwam een half uur later pas naar buiten. Wij zaten maar twintig meter verderop maar ze zag ons niet. Na anderhalf uur op het bankje gingen we naar de bakker. Die was nog gesloten. Er stonden al meer mensen voor de deur te wachten. Een man was met de fiets, zou die dan met de bus gaan? Bij de bakker kochten we twee flessen drinken en ieder twee lekkere broodjes, want we hadden geen beleg meer. Het was vijftien euro. Dat klopte niet dacht ik. Toen het vrouwtje van de bakker het opnieuw uitgerekend had was het twaalf euro, dure flessen drinken.

We hadden het plan om de laatste uren voordat de bus kwam op het terras bier te gaan drinken. Aan de parkeerplaats van de bus was een cafe-restaurant. Het was nog niet open. De wc's waren buiten, die waren wel open. Ik ging me een beetje wassen met mijn handdoek zodat ik niet helemaal smerig de bus in moest. Aan de andere kant van de parkeerplaats was een spoorlijn. Er waren mannen bezig om daar aan te werken. We hebben ze de hele tijd in de gaten gehouden. De meesten liepen de hele tijd maar wat op en neer. Een man heeft in de paar uur dat we daar zaten helemaal niks nuttigs gedaan.

Na een uur wachten op een bankje naast het cafe kwam de cafebaas. Toen konden we eindelijk bier bestellen. Hij had geen speciaalbier. Toen we op het terras zaten was het ongeveer vijf uur. Nog vijf uur wachten op de bus. De tijd ging heel langzaam. We hadden nog weinig geld, dus we konden niet te veel bestellen. Het enige goede van het cafe was daarom dat er een radio aan stond. Om acht uur waren de werklui klaar en gingen ze naar het hotel wat bij het cafe hoorde. Daarna kwamen ze eten. Op de parkeerplaats stopten een aantal vrachtwagenchauffeurs om die nacht daar te blijven slapen. Om acht uur wilden we ergens anders heen gaan, zodat wij ook konden eten. Toen begon de lucht heel donker te worden en leek het er op dat het hard ging regenen. Dus we hadden de keuze honger te lijden op het terras, of ergens anders heen gaan en dan in de regen zitten. Om negen uur gingen we toch maar eten.

Bij het treinstation was een bankje. Na tien minuten zagen we twee van de vrachtwagenchauffers op het perron staan. Die vonden het waarschijnlijk maar raar wat wij daar deden. Om kwart voor tien gingen we naar de parkeerplaats van de bus. We moesten daar om tien uur zijn, om half elf zou de bus weer vertrekken. Op de parkeerplaats ging ik kijken of de tijdschriften die ik in een plastic zak in een boom had gelegd er nog waren. Ze lagen er nog, en waren helemaal droog. Toen we op de parkeerplaats zaten was het al donker. Het begon zachtjes te miezeren. Twee van de vrachtwarenchauffeurs gingen hun vrachtwagen in om te slapen. De ene hield ons stiekem in de gaten door een kiertje in zijn gordijn. De andere vroeg waarom we daar zaten. Toen ik zei dat we op de bus zaten te wachten zal hij dat wel niet geloofd hebben.

Om tien over tien kwam dan eindelijk de bus. We hadden er al zeven uur op gewacht. De bus zat half vol. We gooiden zo snel mogelijk onze bagage in het bagage-hok. De sturen van de fiesten moesten we een kwartslag draaien deze keer, er moesten nog vijftien man meer mee. Dan zat de bus dus helemaal vol. De chauffeurs deze keer waren net zo lomp met je fiets als op de heenweg. Die ene zei "kom maar hier met die ouwe bakken", en daarna kwam hij met de voorvork van Bram zijn fiets ook nog tegen een ijzeren paal.

We stapten de bus in. Die zat vol met gewassen en geschoren mensen die geen fietskleren aan hadden. Wij waren niet gewassen en geschoren, en Bram die had zijn fietsshirt en broek aan die al drie weken niet gewassen waren. Ik had een redelijk schoon T-shirt aan en een afritsbroek waar ik pas drie dagen in gefietst had.

Al die mensen in de bus waren in Argeles-Gazost opgestapt, waar wij vanochtend nog waren. Dat hadden we maar niet verteld.

We wisten het niet precies, maar op het blaadje had ik later gezien dat de bus om half 1 's middags in Nederland aan moest komen. Schijnbaar moesten we nu eerst nog vijftien mensen ophalen op een plek waar we op de heenweg niet gestopt waren, ergens midden in Frankrijk.

Het was middernacht, dus nu volgt dag 24.

Dagafstand : 64.59


De route van dag 23.