Fietsvakantie verhaal Spanje

Dag 2 - Port de Larrau

Om kwart voor zes werden we uit de bus gegooid, ergens aan de rand van de Pyreneeën. Het was donker en het miezerde licht. Er was nog een andere man die er daar uit ging. Die zocht het station maar het was zo donker dat dat niet te zien was. Om wat te doen te hebben in de bus had ik een stuk of zes tijdschriften over fietsen meegenomen. Het zou zonde zijn om ze weg te gooien, dus deed ik ze in een plastic zak. Die zak verstopte ik in een boom. Als we geluk hadden kon ik ze dan weer mee terugnemen op de terugweg. Daarna konden we niet veel anders doen dan beginnen met fietsen. Anderhalf uur vroeger dan gepland, maar blij dat we konden gaan fietsen. Eerst wat warme kleding aangedaan en toen kon de fietsvakantie echt beginnen. Het enige licht dat ik zag was van mijn voorlamp en van de gps terwijl we door de nacht afdaalden.

De eerste vijftien kilometer was alleen afdalen. Daarna begonnen de heuvels. Toen we al een heel eind gefietsts hadden kwam de zon op. In de schemer liep er een hert de weg op. Er kwam net een auto om de bocht in de afdaling. Die remde gelukkig, het hert gleed eerst weg op het asfalt voordat het de bosjes in rende. Toen we honger kregen gingen we het standaard fietsvakantie-in-Franrijk eten halen. Yoghurtjes, fruit, jam en stokbrood. Bram keek op zijn kilometerteller en was verbaasd, we hadden al 100 kilomter gefietst. Toen we daarna op de klok keken waren we nog verbaasder, het was pas 11 uur 's ochtends. Zo ver hadden we nog nooit gefietst rond deze tijd.

De hele dag keken we al uit naar de col die ons over de Pyreneeën zou brengen, naar Spanje. We wisten niet precies hoe ver het was totdat die begon. In Larrau kwamen we opeens over een bekend stuk weg. Tijdens de 100 cols tocht deel 2 waren we hier afgedaald op het einde van de dag. Deze keer klommen we over de zelfde weg omhoog. Van het plannen van de route had ik onthouden dat de col ongeveer 1600 meter hoog was. Toen we begonnen met klimmen zaten we onder de 300 meter. Na een half uurtje helemaal kapot trappen en zweten zagen we een fonteintje. Daar twee bidons water leeggedronken, water over ons hoofd gegooid en gekeken hoe ver we al geklommen waren. We zaten pas op 600 meter hoogte. Dit zou nog zwaar worden.

Tijdens het klimmen kon ik op mijn gps zien dat het nog ongeveer vijf kilometer was tot de grens. We namen aan dat daar de top van de berg ook was. Elke keer als ik keek leek het nog steeds vijf kilometer totdat we bij de grens waren. Hoe hoog we zaten zagen we zelf niet, overal was mist. Boven op de berg miezerde het. Nadat het een uur lang nog vijf kilometer leek totdat we er waren leek het daarna een half uur lang 300 meter voordat we er waren. Daarna hield de weg op met steigen. In de dichte mist zagen we nergens een bord met de naam van de col, en ook geen waar op stond dat je in Spanje was.


Bram op de Port de Larrau met een mueslibol van de c1000.


Bart met regenjack en regenbroek.

Boven op de col kwam Bram er achter wat zijn jaarlijkse owja-dit-ben-ik-vergeten ding was, zijn regenbroek. Nou maar hopen dat het zonnig zou zijn in Spanje. De afdaling was in ieder geval ijskoud. Het viel ons mee dat we de eerste dag Spanje al gehaald hadden. In een dorpje twintig kilometer na de afdaling waren we weer opgewarmd. Er was daar een camping. Het was pas zes uur 's avonds en we hadden al 170 kilometer gefietst. Omdat het de eerste dag was wilden we ons nog niet helemaal moe fietsen dus gingen we op de camping staan. In het dorpje haalden we eten en een fles wijn.

Daarna gingen we douchen. Bram had een goed hokje, ik had de keuze tussen een hokje waarvan de deur niet open ging, en één waarvan de deur niet dicht bleef. Toen had ik maar de prullenbak voor de deur van het hokje wat niet dicht bleef gezet en mijn kleren over de deur gehangen. De wijn ging niet op want hij smaakte niet lekker. 's Nachts regende het.

Dagafstand : 176.15 km


De route van dag 2.