Fietsvakantie verhaal Spanje

Dag 3 - Spaans leren

's Ochtends was het nog niet warm. Mijn tent was van binnen nat van de condens en bij Bram was water in zijn slaapzak gekomen. Met wat extra kleding aan vertrokken we de binnenlanden van Spanje in. We volgden de hele tijd de zelfde weg richting Lumbier. Na een tijd kregen we honger en reden een dorpje in. We konden geen supermarkt vinden. Ik wou aan een vrouw die op een balkon stond vragen of er een supermarkt in het dorpje zat. Alleen het Spaanse woord voor supermarkt wist ik niet en zij kon geen Engels. Ze gebaarde dat we even moesten wachten. Na een tijdje kwam er een andere vrouw naar beneden die wel Engels kon. Er was geen supermarkt. Dan maar verder fietsen. Een stuk verder vonden we een "supermercado". Spaans was best eenvoudig te leren, en als je honger hebt vergeet je het woord voor supermarkt niet gemakkelijk.


De col Aibar, een colletje onderweg.


Het was nog bewolkt.


Mijn fiets.

's Middags kwamen we een kilometer lang over een gravel weg. De route had ik gepland met een planner op internet die als het nodig was ook onverhardde paden gebruikte om stukken af te snijden. Een stuk verderop moesten we weer een zandpad in. Deze weg was best slecht. Het waren twee banen vol met kuilen en losse stenen. In het midden stond gras. Soms was het beter en was het gewoon een gravelweg. Er reden bijna nooit auto's. Aan beide kanten van het pad was zo ver als je kon zien niks. Alleen uitgedroogde grond en stenen. Na bijna tien kilometer over het gravelpad werd het nog erger. Een hele steile klim over een weg waar een bord bij stond dat het priveterrein was leidde ons naar het midden van de uitgedroogde sierra. Daar ging het op en neer over gravelpaadjes langs boerderijen met blaffende honden, waarvan er een paar los liepen. Bij een afdaling ging je nog snel genoeg als je je remmen vol in kneep. Over de losse stenen schoof je dan zo naar beneden. Nog een stukje over de rand van een afgemaaid maisveld, waar volgens de gps een pad was, en na twee uur helemaal niks kwamen we weer op een asfaltweg.

In Cintrueningo kwamen we voor het eerst die dag in een stadje. Daar sloegen we eten in voor nu en wat voor de volgende ochtend. Op een bankje in het park gingen we eten. Achter ons zat de lokale hangjeugd in allerlei talen naar ons te roepen. We deden net of we het niet hoorden. Ik rook een vlaag van wiet lucht voorbij komen dacht ik. Even later kwam er een jongen naar ons toe gelopen. Die vroeg eerst of we sigaretten hadden dacht ik, maar daarna zag ik dat hij een joint had. Hij begon wel wat met ons te buurten en zo erg waren ze achteraf niet. Hij probeerde nog wel allerlei drugs aan ons te verkopen maar wij zeiden dat we nog moesten fietsen.

Het was heel de dag nog niet heet geweest. Gelukkig ook niet te koud. Dat was goed, dan konden we eerst aan het fietsen wennen en daarna aan de hitte. Op het eind van de dag klommen we door een rivierdal omhoog. 's Avonds was het wel warm.


Bewolkt maar wel warm.







Deze dag, en de komende ook, lagen er geen campings op de route. In het dal zochten we naar een goede wildkampeerplek. Dat was nog best lastig. Na een kilometer of vijf vonden we een mooie plek onder een boom. Daar zetten we de tent en bivakzak op en gingen nog wat eten.


De wildkampeerplek.

Daarna liepen we nog de heuvel op om foto's te maken. De hele helling was begroeid met wilde oregano.


Vanaf deze kant waren we omhoog gefietst.


Links onder staan onze spullen.

Deze nacht was het warm genoeg om lekker te slapen.

Dagafstand : 173.37 km


De route van dag 3.