Fietsvakantie verhaal Spanje

Dag 8 - Una bolsa por favor

Maandag, de dag hiervoor was het dus zondag. Het viel mee dat we eten hadden. Het brood van het benzinestation was het slechtste brood dat we in alle fietsvakanties bij elkaar hebben kunnen vinden. Het was niet vies, je kon alleen net zo goed piepschuim eten. Een brood woog helemaal niks. Van buiten was het kei hard en bros, de binnenkant was van heel zacht en luchtig wit deeg. Als je er een hap van nam dan verkruimelde het helemaal en leek het alsof je een hap los meel naar binnen kreeg. Dat was dus ons voedzame ontbijt, samen met wat honing, het enige beleg dat ze bij het benzinestation verkochten. Op zich was het brood precies het brood wat je verwacht als je op water en brood moet leven. Daar hadden we ook nog een discussie over, dat je soms beter in de gevangenis kon zitten dan op fietsvakantie zijn. Dan kreeg je tenminste wel warm eten elke dag, je had een beter bed en je hoefde minder hard te werken.

Eerst fietsten we nog 40 kilometer door de open vlaktes. In het stadje wat volgde was alles juist heel dicht op elkaar gebouwd. Overal was het eenrichtingsverkeer en heel de stad leek op een doolhof. Ik zei: "Wat is dat hier voor een gribus.". Maar Bram, die alle woorden als kwatta en eerbiskes wel kende, wist niet wat dat was. In die stad vonden we nergens een supermarkt.

Voordat we het stadje uit waren vonden we een broodjeszaak. We gingen er naar binnen en het leek er erg luxe te zijn. Na een tijdje wachten kwam eindelijk iemand ons helpen. Misschien dachten ze eerst dat we de verkeerde winkel in waren gelopen. We bestelden twee chocoladebroodjes. Die werden eerst in een bakje gedaan. Dat vonden we niet zo nodig, zodra we buiten kwamen zouden we ze toch opeten. Nadat ze in een bakje waren gedaan werden ze vervolgens heel netjes ingepakt in een soort kadopapier. Wij stonden al half te lachen, dat papier zou er een halve minuut later toch weer af gaan. Om het helemaal af te maken kregen we dat pakketje mee in een plastic zakje. Ik dacht dat het wel duur zou zijn, maar het was minder dan 3 euro. Op een bankje tegenover de winkel moesten we al die verpakkingen weer verwijderen. De broodjes zagen er goed uit. Ze waren alleen helemaal uitgedroogd en zonder smaak. Vergeleken met Frankrijk hebben ze in Spanje helemaal geen lekkere broodjes. Ze hebben alleen droge krakelingen en andere uitgedroogde koeken. We spraken af om zodra we in Frankrijk waren bij de eerste bakker die we zagen lekkere broodjes te gaan halen.

Het was nog ongeveer 20 kilometer tot het volgende dorpje en het was al 11 uur. Om voor 12 uur daar te zijn moesten we goed doorfietsen. Het eerste stuk was het vooral afdalen. We reden weer door de uitgedroogde rotsen, deze keer met dennebomen. Net na 12 uur waren we bij het volgende dorpje. Daar vonden we een klein winkeltje dat typisch was voor Spanje. Het was zo groot als een gemiddelde huiskamer. In de toonbank lag vlees en kaas, er achter stond het bood. Verder was er niet veel bijzonders te koop. We sloegen weer vijf liter water in en wat eten voor de rest van de dag. Op de stoep voor de winkel gingen we zitten eten.

De route van deze dag was heuvelachtig. Het fietsen schoot goed op. We reden over afgelegen weggetjes waar maar een keer in het uur een auto voorbij kwam. Hier was het al zo droog dat er veel cactussen groeiden, soms een kilometer lang stonden ze langs de weg. Deze dag was het ook weer boven de dertig graden, we begonnen er al aan te wennen. In het begin van de dag had ik weer last van mijn knie. Nadat ik mijn zadel nog lager had gezet, het stond nu vijf centimeter lager dan in het begin, ging de pijn weer wat weg.


Cactussen langs de weg.





Een dorpje onderweg.

Na al die heuvels in de hitte hadden we wat verkoeling nodig. We kochten ieder een ijsje, en samen een fles cola van 2,2 liter. De cola was deze maand in de aanbieding, bij het benzinestation kostte 2,2 liter maar 2 euro. Ik had zoveel dorst dat ik mijn 1,1 liter binnen tien minuten op had. Vanaf het benzinestation kon je de volgende stad al bijna zien liggen. Die stad was Carmona. Om daar te komen moesten we nog vijf kilometer over een kaarsrechte weg omhoog klimmen. Langs de weg lagen veel kapotte vrachtwagenbanden en lege flessen.

Na een rondje over de ringweg van Carmona om een winkel te zoeken kwamen we in het centrum. Daar vonden we een supermarkt die gerund werd door een chinese famillie. Het was weer zo'n kleine supermarkt. We zochten heel lang rond naar een pot chocoladepasta, de rest hadden we snel gevonden. Ze hadden er heel grote sinaasappels, en ook zakken met vers geplukte slakken.

Op een bankje in het park gingen we eten. In dit stadje waren wel alle mooie vrouwen van Spanje verstopt blijkbaar. Dat vond ook een oud mannetje die op het terras zat een stukje verderop. Telkens als er een voorbij kwam zagen we hem haar helemaal nastaren. De sinaasappels van deze keer waren ook niet de perfecte, misschien toch minder grote kopen de volgende keer.

We hadden het nog over wat voor muziek er in je hoofd blijft zitten tijdens het fietsen. Dat was niet de muziek waar ik normaal naar luisterde. Mijn conclusie was dat het muziek is die repeterend is en waarvan je de tekst niet precies weet. Dan blijf je er het langst over nadenken. Die dag was dat bij mij Alane, van Wes, ik zou niet weten hoe ik er op gekomen ben. Andere dagen was het muziek die ik wel eens luisterde, zoals Hey Porter, van Johnny Cash. Bram die zei dat hij ook films in zijn hoofd had, maar dat leek mij moeilijker. Ik had ook een keer tijdens een heel saai stuk fietsen proberen te bedenken hoe de route naar school er uit zou zien als ik net zo hard fietste als op dat moment. Maar dat kostte veel te veel moeite en dat was nog saaier dan dat saaie stuk fietsen.

Bij het uitfietsen van de stad maakten we nog een panoramafoto:


Carmona.

Er stond aangegeven dat de weg waar we de komende veertig kilomter over moesten afgesloten was. Met de fiets kon je er natuurlijk wel door. Al snel kwamen we er achter waarom de weg afgesloten was, hij was namelijk super slecht. Zo slecht dat het geen weg met gaten meer was, maar gaten met een weg eromheen. Sommige stukken kon je beter door de berm fietsen dan over de weg. Na Carmona begonnen zonnebloemvelden. Zo ver je kon zien stonden ze. Midden in de zonnebloemvelden stond een kasteeltje dat ook in Egypte had kunnen staan.


Het kasteeltje tussen de zonnebloemen.

De wind die we al de hele dag tegen hadden werd 's avonds nog sterker. Hopelijk zou die op de terugweg nog steeds zo staan, dan waren we snel terug. Achter een stukje bos vonden we een wildkampeerplaats tussen de zonnebloemen. Dit was al de derde keer achter elkaar dat we gingen wildkamperen. Onze kleren en wij zelf begonnen redelijk vies te worden. Voor zover we konden zien hadden we de volgende dag weer geen camping. We dachten dat we de volgende dag de hele dag moesten fiesten, en dan de dag er na nog 60 tot 100 kilometer om het Zuidelijkste puntje van Spanje te bereiken.


Kamperen tussen de zonnebloemen.

Dagafstand : 177.27 km


De route van dag 8.