Fietsvakantie verhaal Zuid-Frankrijk

Dag 10 : Op weg naar het einddoel

We vertrokken weer op tijd om het laatste stuk van de Ventoux naar Marseille te fietsen. Stefan had gelukkig een boekje bij waar allerlei campings in stonden. We hadden de dag vantevoren besloten door Marseillee heen te fietsen, en dan twintig kilometer verder in Cassis op een camping te gaan staan. Het was daar wel heel erg mooi, het leek ook veel op Kroatië, volgens Stefan. Ik had al op de kaart gezien dat er tussen Bedoin en de Middellandse Zee minstens één flinke berg lag. We zagen onderaan die berg twee mensen die op fietsvakantie waren met een Bob. Tijdens de klim kwamen er wat wielrenners voorbij. We wisten helemaal niet hoe hoog het zou zijn. Uiteindelijk bleek het wel een dik uur klimmen te zijn. Het was wel leuk dat we weer een nieuwe col hadden die we op ons lijstje konden zetten.


De col de Murs was geen simpele col.


Boven stonden een aantal Zweden of Denen, met allemaal fietsen van rare merken.

We kwamen vlak bij het stadje Apt. Na dat stadje begon weer een lange klim. Halverwege die klim hebben we in de schaduw zitten eten. Erg veel water hadden we niet meer. Het volgende dorpje zouden we na twaalf uur 's middags bereiken, dus tot een uur of twee zouden we geen water meer hebben terwijl het al weer een hete dag was. Nadat we uitgerust waren hadden we het eind van de klim zo in zicht.


De tweede col van vandaag.


Van afdalingen gaat je haar wel helemaal overeind staat, zoals je kunt zien.

De route die we verder die dag volgde was heel erg mooi. Door de bossen, met allemaal gelige stenen, en dennenbomen die er dan zo los door verspreid stonden, echt zoals je aan de Middellandse Zee verwacht. Het was wel goed zonnig, maar niet zo heel erg heet. Onderweg kwamen gelukkig nog een kraantje tegen waar we onze bidons bij konden vullen. Er zat een soort brandweerslang ding aan, waarmee je 't water tien meter weg kon spuiten.

Vlak na Cadernet stond er weer zo'n fruitkraampje langs de weg. We hadden al 't water al weer op en wel heel erge dorst. Binnenin dat kraampje stond een automaat voor blikjes drinken. Bram haalde d'r een blikje appelsap uit. Ik wilde ook wel wat drinken, dus ik gooi er een euro in. Het apparaat gaf aan dat ik er geen geld in had gegooid. Toen ik nog meer geld in wilde gooien kwam dat er meteen weer uit. Daarna probeerde ik om mijn eerste euro er weer uit te krijgen, maar dat ging ook niet meer. Het vrouwtje wat achter de balie stond zag het wel, maar ze zei niks. Toen er fransen binnenkwamen ging ze die snel helpen. Ik bleef samen met Bram demonstratief nog een tijdje voor die automaat staan. Uiteindelijk kwam ze wel naar ons toe. Ik zei dat 't niet werkte, en ze zei dat 't normaal wel werkte. Ik zei dat ik d'r al een euro in had gegooid. Toen moest ze zelf nog 's kijken of 't wel echt niet werkte, maar bij haar werkte 't ook niet. Ik vroeg nog of ik nog drinken kon krijgen, of dat ik m'n euro terugkreeg, maar ze ging gewoon weer terug achter de balie. We kochten nog twee appels, en ik wilde dan eigenlijk die euro van de prijs van die appels af hebben. Nadat dat vrouwtje tien keer had gezegd dat die appels 1.46 waren en dat ik tien keer had gezegd dat ik maar 46 cent wou betalen ging ze eindelijk naar die blikjes automaat en maakte met een sleutel dat ding open. Het ging niet echt om dat ik d'r een euro in had gegooid, maar gewoon omdat ik dorst had. Daarna zijn we snel een end verder gefietst en hebben daar die appels opgegeten.

Marseille was nou niet ver meer. We lagen nog goed op schema ook, want het was pas een uur of vijf 's middags. Vlak voor Marseille kwamen we op een rotonde uit die helemaal volstond met auto's, met vijf afslagen en twee banen breed. Daar langs waren drie grote supermarkten en nog veel andere supergrote winkels. Bram ging in een van de winkels kijken of hij ergens wat eten op kon sporen. Ik ging nog een keer kijken waar we precies zaten en hoe we door Marseille moesten manoeuvreren. Bram heeft mij maar z'n zakmes gegeven, want buiten de winkel stond al twee man van de beveiliging. Het zou niet handig geweest zijn als Bram in 't Frans had moeten uitleggen waar ie dat zakmes voor nodig had. De winkel was zo groot dat het eigenlijk niet mogelijk was om snel wat te kopen, maar uiteindelijk hadden we wel iets om te eten.

De rest van de weg naar Marseille ging over tweebaans wegen vol met auto's en een aantal rotondes en afslagen. We kwamen Marseille binnen via de stad Septemes. Daar was dan eindlijk het bordje met Marsielle.


Het bord van de stad Marseille


Het was nog helemaal licht toen we aankwamen in Marseille.

Nadat we even blij waren dat we Marseille bereikt hadden moesten we weer meteen goed opletten. Overal reden auto's, er waren veel stoplichten en ook veel kuilen in de weg. De route die we gepland hadden te fietsen konden we een tijdje aanhouden, totdat we ergens de weg kwijtraakten. Na een stukje fietsen wisten we weer waar we waren op de kaart. Het makkelijkste zou zijn om de grote ringweg door Marseille te volgen, zodat je niet fout kon rijden. Dit hebben we dan maar gedaan. We gingen op een gegeven moment over een weg van twee keer drie banen breed. Na een stoplicht splitste de weg in drie losse banen, één ging er de snelweg op, de andere ging naar het deel van de stad waar we heen moesten, en een andere baan ging naar de rest van de ringweg. We konden alleen maar één van die drie kiezen, want rechts was een muur en links was de middenberm, waar je niet stil kon staan. Rechtdoor dan maar, richting het deel van de stad waar we heen moesten. Die ene baan die werd een beetje smaller en ging omhoog, over een andere weg. Aan twee kanten was een betonnen rand. Er hingen voor die weg die omhoog ging 3 verbodsborden. Ik zag de eerste: maximaal 30 km/u, de tweede: verboden voor vrachtwagens. Ik was bijna voorbij de borden. Op 't laatste moment zag ik het onderste bord: verboden voor fietsers. Ik wist niet wat ik moest doen, want ik kon geen kant op, dus ik wou eerst stoppen, maar van achteren kwamen ook auto's die er niet langs zouden kunnen als ik zou stoppen. Dan toch maar doorrijden, zonder te weten waar ik uit zou komen. Gelukkig was het geen snelweg, maar was het gewoon verboden voor fietsers omdat er anders geen auto's langs konden. Vanaf daar hebben we de weg best goed kunnen vinden. Buiten Marseille hebben we nog even brioche met miel gegeten, en zijn daarna verder gefietst naar Cassis.

De weg naar Cassis was nog een beetje bergachtig, maar wel geleidelijk en niet zo heel erg steil. De mensen daar waren de enige die zwaaiden vanuit de auto en foto's van ons maakten. In Cassis hadden ze volgensmij nog nooit een fietser gezien.


Boven op de eerste berg hadden we een goed uitzicht over Marseille.


Toen we dichter in de buurt van Cassis kwamen zagen we voor het eerst de rotsen die daar stonden.


Hier was dit jaar de Tour de France ook doorgekomen.

In Cassis hadden we snel de camping gevonden, maar die was vol. We fietsen nog tot het centrum, wat een heel steile afdaling was. Daar zochten we of er nog een andere camping was, maar die konden we niet vinden. Om weer uit het dorpje naar boven te klimmen kostte veel moeite, omdat de weg daar met ongeveer vijftien procent steeg. We gingen maar terug naar de camping die vol was om te vragen of er toch niet nog een plaatsje voor ons vrij was. We stonden nog niet stil op die camping of er kwam al iemand vragen of we op de camping wilden staan, er was dus nog wel plaats.

We kregen een plaats aangewezen waar al twee tenten stonden. In één tent zat een jongen, waarvan we eerst dachten dat die aan het hiken was. De andere tent was volgens de campingbaas van mensen die vertrokken waren zonder te betalen. Ik vroeg of we die tent dan af mochten breken, zodat we plaats hadden om onze tent neer te zetten. "Ja, gooi 'm maar daar in de hoek", zei die campingbaas, "maar hij is wel moeilijk af te breken". We hadden 't inderdaad moeilijk. De bodem daar zat vol met stenen. De haringen die we er uit moesten halen hadden zich helemaal om die stenen heen gevormd en zagen er meer uit als wokkels. De tent was ook echt slecht opgezet, met tuidraden die aan bosjes vast waren geknoopt en veel te weinig haringen. Eigenlijk wilde ik wat dingen doorsnijden met m'n zakmes, zodat we de tent sneller af konden breken, maar dat hebben we toch maar niet gedaan. We vonden onder de tent nog een jeu de boules set, een hamer, twee tassen en vier flessen water. Dat vonden we wel raar om zomaar achter te laten. Ik had wel geluk met die haringen en de hamer, want de haringen die bij mijn tent zaten waren helemaal niet sterk genoeg om door die harde stenen te kunnen komen.

We gingen voordat we gingen slapen nog op het terras zitten bij de camping. We bestelden twee Chimay, dat is trappist. Ik zei "die zullen wel duur zijn, misschien wel vier euro per stuk" en jammergenoeg had ik nog gelijk ook. Ze waren wel lekker.


Op de route lagen in het begin twee flinke cols, daarna was Marseille nog moeilijker dan die cols om doorheen te komen.

dagafstand 162.57