Fietsvakantie verhaal Zuid-Frankrijk

Dag 11 : De hele dag gelopen in plaats van gefietst

We hadden best lekker uitgeslapen. In het winkeltje bij de camping had ik wat brood gekocht. Daarna zijn we het dorpje ingelopen. Het was ongeveer een kwartier lopen van de camping naar het centrum van Cassis. Heel het dorpje had alleen maar wegen met vijftien procent stijging. Op de markt hebben we deze keer wel het altijd rechtshouden principe van Bram aangehouden. We hebben alles gezien. Maar dan ook alles. Nadat we over de markt hadden gelopen moesten we op zoek naar een supermarkt. Die lag weer aan de andere kant van het dorpje, dachten we, maar uiteindelijk bleek die tussen 't centrum en de camping in te liggen. Hoe die wegen daar liepen weet ik nog steeds niet, want we moesten elke dag zoeken naar de winkel en de camping.

We deden weer ruime inkopen en gingen op zoek naar de baai die overal op de ansichtkaarten stond. Die bleek nog wel een klein uurtje lopen verder te liggen, maar we hadden verder toch niet veel te doen. In de baai hebben we eerst nog een berg chocoladebroodjes en stokbrood gegeten, daarna hebben we heel veel foto's gemaakt.


Het water was hier heel helder.


Lijkt deze foto op die van de ansichtkaart?

Nadat we de foto's hadden gemaakt liepen we weer terug. Omdat we geen brandertje hadden moesten we maar verzinnen wat we konden eten. We hebben in de winkel eerst nog zo onopvallend mogelijk aan twee flessen met wasbenzine of petroleum geroken of het misschien de brandstof was die Bram nodig had voor z'n brandertje, maar dat was niet. Ze hadden in dat winkeltje helemaal geen koude schotel of salade of iets. We wilden niet weer alleen brood eten. Uiteindelijk hebben we besloten een stookbroodje gezond te maken, met komkommer, tomaat, en vlees, sla en mayonaise. Op de camping gingen we voor de tent zitten om dat te gaan maken, toen we d'r achter kwamen dat er wel heel veel mieren zaten. Er was een mierennest vlakbij, met allerlei verschillende mieren. Je had hele kleine, die alleen rondliepen, middelmatige die kleine broodkruimels haalden en dan heb je nog de grote mieren, van ongeveer één centimeter lang, die de grote dingen versleepten. Bram probeerde in één keer een heel stokbrood te beleggen en op te eten, wat weer een hoop extra voer voor de mieren betekende. We hebben 't laatste beetje vlees nog aan de mieren gegeven, zodat we 's ochtends konden kijken wat er van over was.

Toen we alles ophadden was het een uur of zeven. We hadden eigenlijk niets meer te doen, maar we hadden wel al heel de dag deze berg gezien:


Deze rots was vanuit heel Cassis te zien.

Daar moesten we natuurlijk een keer bovenop staan. We begonnen met lopen. Om een uur of tien zou het donker zijn. Dan zou het maar beter zijn als we er al weer vanaf waren. Na een uur lopen kwamen we onderaan de berg aan. We zagen een klein paadje, dat was ontstaan doordat er meer mensen die berg op waren geklommen, naar boven liep. We volgden dat paadje een tijd, dat langs de best wel steile wand liep, door bosjes met scherpe punten. Ik was op m'n slippers, omdat ik niet weer wilde dat m'n fietsschoenen kapot zouden gaan. Na ongeveer een uur door die bosjes gelopen te hebben, en soms stukken echt te moeten klimmen als op een klimwand, waren we al een stuk dichter bij de top. Ik besloot om op een bepaald moment nog een flinke dosis H2S achter te laten, wat tot enige spierverslapping bij Bram leidde. Nadat de bosjes nog veel dichter en erger waren geworden kwamen we bovenop de berg aan, maar nog niet op de uitstekende punt.


De uitstekende rotspunt van een afstandje.

Er bleek gewoon een pad te lopen, maar dat zou veel te simpel geweest zijn.


Hier liep gewoon een pad, maar het uitzicht werd door de moeilijke wandeling wel mooier.


De zon stond al laag.


Bram had tenminste nog schoenen aan.

We renden snel over het pad, om voor zonsondergang nog foto's te kunnen maken vanaf de rotspunt. Het was wel de moeite waard, zoals je aan deze foto's kunt zien.


Vanaf de rost naar beneden, het was ongeveer honderdvijftig meter hoog daar.


Mooie foto's in de schemering.











De zon was nou echt bijna onder.

Toen de zon bijna weg was liepen we terug, daar zagen we hoe steil de weg was, dertig procent!


Het waaide te hard om een goeie foto te kunnen maken.

Toen we eindelijk terug waren op de camping was het al donker. In de winkel hadden we een flesje met whisky gekocht want Bram wou da wel 's proeven. Bij de Ventoux hadden ze alleen maar grote flessen, maar bij dit winkeltje hadden ze ook hele kleine flesjes. Het smaakte niet lekker, maar dat kan d'r aan hebben gelegen dat ik het uit mijn plastic mok dronk, die al vier dagen niet meer uitgewassen had, of dat het zo'n goeiekope was. Bram kreeg d'r helemaal niks van weg, omdat bij elke slok zijn keel helemaal wegbrandde. Bij één slok whisky had ie drie slokken water op. Uiteindelijk heb ik volgensmij bijna tweederde op. We hadden al vantevoren uitgerekend hoeveel alcohol er in het flesje zat, vergeleken met bier. Het was ongeveer net zo veel als twee liter bier, dus echt zat zouden we er niet van kunnen worden.

Het waaide die nacht heel erg hard, dus we hebben niet echt goed kunnen slapen.