Fietsvakantie verhaal Zuid-Frankrijk

Dag 12 : Zwemmen in de Midellandse Zee

's Ochtends vroeg waren de mieren nog steeds bezig om 't eten van gisteren naar de mierenhoop te slepen. Het ventje, waarvan we dachten dat ie aan 't hiken was, kwam heel even z'n tent uit. Zonder wat te zeggen liep ie weg. Toen ging ie met z'n rug naar ons toe dingen in z'n broekzakken stoppen. Ik had al in drie talen hallo gezegd, maar hij zei helemaal niks.


Er zaten naast mieren nog meer dieren op de camping. De camping heette "les Cigales", wat 'de krekels' betekent.

In Cassis hadden we de markt en het centrum al gezien dus moesten we nog verzinnen wat we gingen doen. Volgens het boekje wat Stefan bij had was Cassis vooral bekend bij wandelaars die vanaf daar naar Marseille lopen. De baai waar we gisteren geweest waren was het startpunt van dat wandelpad. We zouden naar Marseille lopen en dan terug. Daarna, als het warmer was, zouden we gaan zwemmen in de Middellandse Zee. Het was al een heel eind lopen tot aan die baai. Toen we er eindelijk waren bleek dat de wandelpaden afgesloten waren omdat er brandgevaar was. Er stond een boete van 135 euro op als je er toch over liep, dus we zijn maar weer omgedraaid.

Eerst zijn we terug naar de camping gegaan. Daar hebben we de kleren aangedaan waar je 't beste mee zou kunnen zwemmen, want een zwembroek hadden we natuurlijk niet bij. We vonden het al raar dat er zo veel mensen op het strand lagen en niemand in de zee aan het zwemmen was. Dat was eigenlijk wel handig want dan konden we gewoon de hele tijd gaan zwemmen in de zee, waar het lekker rustig was. Het eerste strandje zat helemaal vol, we zijn doorgelopen naar het volgende strandje, wat net zo vol zat. Daar zijn we toch maar gaan zwemmen. Toen ik net tot m'n enkels in het water stond merkte ik hoe koud het was. Het water was ongeveer twaalf graden denk ik. Het duurde nog een kwartier voordat ik helemaal onder water was. Als je opzij keek zag je een rij mensen die ook allemaal heel langzaam 't water in liepen. Bram ging fijn een stuk zwemmen, maar ik had 't na één keer onder te zijn geweest wel gezien en ik ging op de kant in de zon zitten. Na tien minuten kwam Bram ook opwarmen. Na een uur had ie het niet meer zo koud. Verder waren er eigenlijk bijna geen mensen aan het zwemmen. Op de kant was het wel drukker. Ook in Cassis was 't nog vrij bergachtig, terwijl je toch zo vlak bij de zee zou verwachten dat 't vlakker zou zijn. We dachten dat het een uur of vier was toen we terug waren op de camping, maar het was al half zeven.

We wilden net gaan eten, toen er opeens een auto stopte voor onze tent. Er zat een vrouw en een man in, en het leek net of ze naar ons aan het kijken waren. Eigenlijk was dat niet zo, ze keken naar de tent die daar achter ons in een hoekje gefrot lag. De man en de vrouw stapten uit. De vent was heel bruin, hij had een ketting om en z'n haar naar achteren gekamd. Hij vroeg wie die tent daar neer had gegooid. Ik zei natuurlijk zo snel mogelijk dat de 'patron' van de camping dat gedaan had. Hij was best wel kwaad en hij wist eigenlijk niet goed wat er gebeurd was.

Even later kwamen ze terug met iemand van de camping. Ze vroegen wanneer wij weer weggingen, want er stonden nou twee andere mensen op de plaats die eigenlijk van hun was. Wij waren gelukkig van plan om morgen alweer weg te gaan, ik had al afgerekend. De twee gingen nog even staan te praten met het vrouwtje van de camping, daarna moesten wij onze tenten maar verplaatsen, zodat ze hun tent weer op z'n originele plaats neer konden zetten. Eigenlijk was het niet helemaal de dezelfde plaats. Waar ze hem nu op wilden zetten was precies over een boomstronk heen, die we als stoeltje hadden gebruikt.

Ze begonnen snel met het opzetten van de tent. Wij gingen eten. Ik was blij dat we niet die tent in stukken hadden gesneden om hem op te ruimen, want ik denk niet dat ze geloofd zouden hebben dat de campingbaas dat gedaan had. De tent die ze hadden was supergoedkoop. Ze hadden ook niet genoeg haringen. Ik had ook nog een paar van hun haringen onder mijn tent liggen, omdat ik die anders niet op kon zetten. Na een half uur, toen ze de stokken eindelijk in hun tent hadden zitten, vroegen ze of we mee konden helpen met de tent vasthouden. Gisteren had het heel hard gewaaid, we vroegen ons al af of die tent zo'n storm wel zou over leven. Die vent was nog helemaal chagrijnig. Hij probeerde de haringen, die de vorm van wokkels hadden, in de harde rotsgrond te slaan. Zelfs wij hadden 't nou beter, met onze wel enigszins fatsoenlijke tenten. Ik stond aan de ene kant om de tent vast te houden en Bram aan de andere, met die vent d'r tussenin, die die kromme haringen d'r in nog geen 100 jaar in zou kunnen slaan. Hij werd steeds kwaaier. Uiteindelijk kwam ie d'r achter dat het hielp als je de haringen eerst rechtsloeg. Bram en ik lagen helemaal dubbel van 't lachen, maar we konden geen geluid maken, want die vent zat daar tussen ons in die haringen d'r in te prutsen. Toen ie d'r een paar in had kwam ie d'r achter dat hij te weinig haringen had. Drie daarvan lagen nog onder mijn tent namelijk.

We waren aan het eten toen ze begonnen met het opzetten van de tent. Nadat we geholpen hadden hadden we nog honger. We zijn bij de camping een frietje gaan halen. Het vrouwtje achter de bar had nog net genoeg energie om de bestelling op te nemen. Ik zei "deux gros frites". We kregen een grote en een normale.

Toen we terug kwamen stond de auto van die mensen met die tent d'r nog steeds, terwijl we eigenlijk daar onze tenten neer wilden zetten. Hij bleek kapot te zijn, ze hadden wel veel geluk.

Toen ze even weg waren heb ik snel mijn tent opgezet met hun haringen. Daarna zijn we gaan slapen. We hoopten nog dat hun tent in een windvlaag honderd meter verderop zou belanden, maar dat was niet gebeurd. Morgenvroeg zou piet politiepet wel raar opkijken dat wij opeens met onze tent bijna in zijn tent stonden. Hij zou 't ook wel leuk vinden dat de auto van die mensen d'r voor stond, zodat ie helemaal ingebouwd was, en dat de tent die Bram en ik af hadden gebroken opeens weer daar stond.


De vlieger/tent van die vent. De tent had onderaan ongeveer twintig centimeter ruimte, ideaal om opgepikt te worden door een windvlaag.