Fietsvakantie verhaal Zuid-Frankrijk

Dag 13 : Het begin van de terugweg

We waren twee dagen in Cassis geweest. Dat betekende dat we nog tien dagen hadden om terug te komen. Op de heenweg hadden we zeven dagen gefietst. De terugweg is alleen wel een stukje langer en veel bergachtiger. Hij ging door de bergen die we op de heenweg de hele tijd op een afstandje hadden zien liggen. De planning was om negen fietsdagen te doen en één rustdag.

We wilden op de terugweg niet precies dezelfde weg nemen naar de Ventoux. Als het even kon wilden we niet meer door Marseille fietsen. Ook wilden we niet in Bedoin uitkomen, maar aan de andere kant van de Ventoux, bij Sault, zodat we nog een keer de "gemakkelijke" kant van de Ventoux konden nemen.

Meteen na Cassis fietsten we een eind verkeerd in een dorpje. Ik had dat stuk van de route niet vantevoren gepland. Voordat we daar waren hadden we al een heel eind geklommen. Daarna leek het ook alleen maar bergop te gaan, de hele dag. Doordat ik twee dagen lang op slippers had rondgelopen in Cassis, en we nogal veel gelopen hadden, had ik best wel last van m'n spieren en was ik moe in mijn kuiten. Het weer zat nog wel steeds mee. Behalve de harde wind die we recht van voren hadden.

Eerst kregen we nog een paar tweebaans rotondes met zes afslagen, daarna konden we weer lekker doorfietsen. Ergens midden op die rotondes was bram wel de helft van het stokbrood verloren wat ie achter op z'n fietstassen had gemaakt. Na een kilometer of veertig besloten we nog om in een bouwmarkt te zoeken naar brandstof voor Bram's brandertje. De bouwmarkt was een Bricomarche, dan had je nog de supermarkt, Intermarche, en ook nog biologische supermarkten, Ecomarche. Bij de Intermarche zijn we vaak geweest in de vakantie.


De Intermarche.

We hadden ook deze keer niet heel veel water, maar wel net genoeg. Voordat we de route van de heenweg oppikten zagen we in de verte nog een aantal bergen waar we liever niet over zouden rijden.


Flinke rotsen in de verte.

De route van de heenweg pikten we weer op na een tijdje. We kwamen nog langs het hokje waar we op de heenweg drinken en appels hadden gekocht. Daar gingen we maar niet nog een keer heen. Daarna weer door de bossen met de dennebomen. Bij de waterpomp dronken we weer water. Er waren meer fietsers die daar uit dronken, waarschijnlijk daar woonden, dus het was wel echt drinkwater. Het fietsen ging niet zo heel lekker vandaag, maar we kwamen toch nog wel vooruit.

In een klein dorpje wilden we bij een benzinepomp proberen om de laatste restjes benzine uit de leiding te krijgen. We wilden namelijk niet echt pompen, want dat mocht waarschijnlijk niet. Toen we net bezig waren kwam er iemand naar buiten. We zijn maar snel weer verder gefietst.

Na dat dorpje begon weer een hele lange klim. Hij was in het begin niet steil, maar later wel erger. Van deze berg hadden we op de heenweg afgedaald, wat wel een hele mooie afdaling was, maar we wisten dus al wat ons nog te wachten stond.


De col du Pointu kwamen we deze keer ook nog over.




De weg tot Sault leek wel eindeloos omhoog te gaan. Mijn fiets begon te piepen. Ik dacht dat het ergens bij mijn trappers vandaan kwam. We gingen even langs de weg liggen om uit te rusten. Het was al vrij laat. Ik kon niet vinden wat er mis was met mijn fiets. De volgende dag was er niets meer te horen. Ik was waarschijnlijk zo moe dat ik op de versnellingshendels was gaan leunen. Daar kwam de herrie vandaan.

Eindelijk was dan Sault in zicht. Het was nog één lange afdaling en dan zouden we bij de camping zijn. We zagen de Ventoux weer liggen. De top was helemaal in wolken gehuld.


Boven op de Ventoux zal het nu ook niet zo fijn zijn.

In Sault stond wel een camping aangegeven, maar hij lag nog een stukje buiten het dorp. Op weg naar de camping kwamen we een benzinestation tegen wat gesloten was. Er waren 4 slangen met euro 95 of 98. We hadden van een fles van de petroleum, die niet geschikt was voor het brandertje, een trechter gemaakt. Door de slangen op te tillen en het uiteinde laag te houden kwam er nog wat benzine uit. Het was ongeveer een dopje per slang. Toen er een auto aankwam zijn we weer verder gefietst.

Tegen de tijd dat wa op de camping waren was het al helemaal donker. De receptie was ook al dicht. We gingen nog wel douchen. Die nacht konden we goed slapen.


Bij Gardanne waren de grote rotondes, daarna volgden we het stuk van de route van de heenweg tot Apt.

dagafstand 157,16


Oepie Ja, weer een foontje van Bram (het zat er nog aan). Ze hebben een paar dagen Cassis gedaan. Was kei mooi, en heel toeristisch. Ze hebben ook nog in de Middelandse Zee gezwommen maar die was ijskoud. Het leek wel of ze tussen de ijsschotsen hadden gezwommen (de watjes!). Het eigenlijke einddoel Marseille hebben ze ook nog ff aangedaan maar "da was een grote stinkstad en keidruk" waar ze op vijfbaans wegen tussen de auto's moesten fietsen. Bewijsmateriaal dat ze er ook écht zijn geweest is gemaakt in de vorm van foto's, want ja wie zegt ons dat ze niet gewoon in Ukkel in Belgs zijn blijven hangen?... Vandaag waren ze alweer terug bij de Mont Ventoux. Die gaan ze morgen vanuit den andere kant nog een keer nemen en dan weer richting huis. Tot nu toe is er 1300Km gefietst, en de terugweg die ze nou nemen is nog ongeveer 1100Km, want die gaat via een andere weg dan de heenweg. Bram begint al een behoorlijke baard te krijgen want ja, scheren met een zakmes met afwasmiddel gaat toch ook niet zo goed. Ze hebben veul bekijks, zegt ie (daar kan ik me iets bij voorstellen; 2 van die rondfietsende ongewassen ongeschoren stinkende Neandertaler-achtige clochards, die in de bossen slapen, uit een sloot drinken, en dan ergens aan een tak hun enigste onderbroek te drogen hangen). Ze zijn trouwens ook al goed bruin geworden. Ze hopen volgende week Zondag thuis te komen, maar voor die tijd zullen we vast nog wel wat van ze horen.