Fietsvakantie verhaal Zuid-Frankrijk

Dag 14 : Voor de tweede keer de Ventoux

We waren niet zo vroeg wakker deze keer omdat het gisteren nogal zwaar was. Ik ging voordat we vertrokken nog even naar de receptie om te zeggen dat we gisterenavond aangekomen waren. Dat vonden ze wel goed. Het stuk terug naar het stadje leek ineens een stuk korter dan de vorige avond. Bij een bakkertje haalden we broodjes en stokbrood. Ik dacht dat het puddingbroodjes waren, maar het bleken broodjes met chocoladepasta te zijn. Dat hadden we zeker nog niet genoeg gehad.

Het begin van de klim van de Ventoux begon helemaal niet zo steil. We hadden deze keer wel in één keer de goede weg. Vantevoren hadden we al bedacht dat we deze keer niet zo snel mogelijk boven wilden komen, maar gewoon nog een keer d'r over heen fietsen. Er waren deze keer ook meer wielrenners die ons inhaalden. Na de zware dag van gisteren was het ook niet makkelijk. Onderweg stopten we nog even om te eten. Bij het chalet Reynard ging Bram nog wat water halen. Het laatste, hele erg steile stuk, ging deze keer sneller. Dat kwam vooral omdat we nog niet zo moe waren. We stopten daar ook nog even halverwege, toen reden we verder naar de top. De fotograaf stond er ook weer. Vlak daarna stond een bordje met een col.


Deze keer waren we een stuk minder moe.








Vlak voor de top was er een punt waar je op de Ventoux nog een col had. Die was ook wel leuk voor in het lijstje.




Daar besloten we om niet naar Bedoin af te dalen, maar naar Malaucele. Dan hoefden we niet nog een keer over de col de la Madeleine. Het was al een uur of half twee toen we boven waren.


Het uitzicht was deze keer veel helderder dan een week geleden.

De afdaling naar Malaucene was wel mooi, maar had minder bochten dan die naar Bedoin. Doordat er minder bochten waren kon je natuurlijk ook harder naar beneden. Ik haald deze keer 80,3 km/h.

In Malaucene was het weer tijd om eten te halen. Ik ging eten halen en Bram ging in een souvenirwinkeltje op zoek naar zo'n mok. Die was er helemaal niet, omdat dat stadje niet zo toeristisch was. We gingen lekker in de zon zitten om de ijsjes op te eten die ik gekocht had. Daarna gingen we toch maar een plekje in de schaduw opzoeken omdat het nog zo heet was.

Vanaf Malaucene moesten we weer een stuk van de route van de heenweg volgen, tot Nyons. Daar kwamen we twee Fransen tegen die ook op fietsvakantie leken te zijn. Ze liepen met hun racefiets in hun hand en een grote katoenen rugzak op hun rug. Omdat ze een lekke band hadden vroegen ze of we een pompje hadden. Die hadden wij wel een. Ze hadden al drie lekke banden gehad in twee dagen. Aan de spullen die ze bij hadden was wel te zien dat het hun eerste keer was. Spijkerbroeken en een extra paar schoenen is niet echt iets was je op je rug wilt meenemen. Ik vroeg nog waar ze dan overnachtten, ze wezen zo ergens de bosjes in, dus ze gingen wildkamperen. Het was de tweede dag van hun vakantie van vijf dagen. Toen we ze geholpen hadden gingen we weer allemaal verder.

We volgden een stuk de rivier. Na een paar kilometer moesten we al weer aan een nieuwe col beginnen. Deze was niet zo steil, maar wel met een heel lange aanloop.


De col de la Sausse


De zon was bijna onder.


De zon was al bezig met ondergaan.


Er was nog iemand naar boven gereden, alleen maar om nog snel een foto te maken van de ondergaande zon.

De weg naar de camping was niet vlak meer. Op een andere camping die in de afdaling van de col de la Sausse zat, gingen we nog even een ijsje eten en wat brood kopen. De camping waar we heen wilden lag in Bezadun-sur-Bine. Eigenlijk was de originele planning om een camping verder te pakken, maar het was al vrij laat en we waren al moe en de volgende camping lag achter een andere grote col.

Op de camping stond een bordje 'complet'. We reden nog een rondje d'r over om te kijken of we al een plaatje konden vinden. We waren aan 't praten over dat we met onze tenten nog wel honderd plaatsen daar hadden, toen iemand opeens zomaar in 't Nederlands zei dat als we 't vroegen en en geluk hadden ze misschien nog wel een plaatsje voor ons hadden. Het was dus een camping vol met Nederlanders. De receptie en het restaurantje waren aan de andere kant van de weg. We vroegen daar of ze nog een plaatsje hadden, degene waar we 't aan vroegen vroeg dat weer aan iemand anders, die schudde al nee tegen ons. Ik dacht, gewoon blijven wachten dan komen ze wel nog een keer terug. De andere zei dat het voor ons was en dat we met de fiets waren. Toen kon het uiteindelijk toch nog wel, maar eigenlijk waren ze gewoon moeilijk aan 't doen. Het was een echt mooie camping met maar vijfentwintig plaatsen. Hij zat vol met Nederlanders, behalve één van onze buren, die Frans waren. Het meisje kwam vragen of ze ons moest helpen pompen, maar dat hoefde niet want die luchtbedden van ons die bliezen zichzelf op. De douches waren wel met muntjes, dat was het enige slechte. Ik ging muntjes halen en meteen brood bestellen voor de volgende dag. Iedereen die langs de tenten kwam lopen staarde naar Bram z'n bivakzak en mijn tentje.

Bram ging eerst douchen. Hij had altijd geluk met de douches. Of hij had de douche die 't warmst was, of die 't beste aan bleef. Deze keer had ie ook weer geluk. Toen ik met m'n muntje ging douchen werd het water niet warm. De volgende dag hoorde ik dat het er aan lag dat de boiler kapot was.

Toen Bram aan 't douchten was kwam er een groepje langs. De ene zei tegen de andere 'zo dat win jij nooit met jouw tentje'.


Eerst over de Ventoux vanaf Sault, daarna even vlak. Na Gondorcet ging het de bergen in.

dagafstand 113