Fietsvakantie verhaal Zuid-Frankrijk

Dag 15 : Wat voor dag is het ook al weer

Ik ging de camping betalen, daarna konden we op weg. Na nog wat onenigheid over welke kant we op moesten fietsen, waarbij ik gelijk had, zaten we al snel op de col die we gisteren maar niet genomen hadden. Op een of andere manier had ik heel de dag overal gelijk over. Op de col waren nog veel meer fietsers. We hadden het eerst nog niet door, maar later werd het steeds duidelijker dat dit wel een grote col was. Na drie kwartier moesten we even stoppen om uit te blazen. Een aantal mensen op een mountainbike konden we nog wel inhalen. Boven op de top zagen we hoe hoog de col eigenlijk was.


Het was toch wel een pittige col, aan de hoogte te zien.


Op de achtergrond staan nog de racefietsen van de mensen die ook boven waren.

Er was nou een oude fransman die heel blij was dat ie boven was. Hij had aan z'n frame een bus deo en een flesje shampoo gemaakt. Hij begon tegen ons te praten dat die kant van de berg 't moeilijkste was, maar dat ie nog niks was vergeleken met de Ventoux. Toen ik zei dat we 'm met bepakking op waren gefietst begon ie tegen andere wielrenners dat te vertellen, 'mij niet gezien' zei ie.

Vanaf die col ging het weer naar beneden. Bij Saillans volgden we tot Die de rivier de Drome, waarlangs nog veel andere fietsvakantiemensen fietsten. Het was net twaalf uur toen we in Die aankwamen. We gingen op zoek naar eten. De eerste supermarkt leek nog open te zijn. Ik zei dat ie dicht was, maar Bram dacht dat ie open was. Helaas had ik die dag altijd gelijk, dus hij was dicht. De tweede winkel die we tegenkwamen was ook net gesloten. We reden verder naar het centrum, waar we eigenlijk niet door hoefden, maar we moesten toch eten hebben. Er was gelukkig een bakkertje open, die eigenlijk om die tijd ook al gesloten had moeten zijn. Het enige wat ze nog hadden was zoutloos brood. We kochten ook een ijsje, om alvast iets gegeten te hebben. Ik wilde nog het dorpje in fietsen om daar water te kopen, of een fonteintje te zoeken. Ik had nog wel wat water, maar Bram had niks meer. Bram wilde eigelijk niet naar het centrum fietsen. Gelukkig deden we het toch. Twintig meter verder achter een auto stond een fonteinje met drinkwater.

We konden verder fietsen. De col de Rousset stond nou op het programma, dachten we. Dat was niet zo, want eerst kwam nog de col de Romeyre. Voordat we boven waren gingen we wat eten. Het zoutloos brood was helemaal niet te eten. Het smaakte een beetje zoet, maar verder helemaal niet naar brood. We hebben deze keer dan ook maar één in plaats van twee stokbroden opgegeten.

De col de Rousset was een hele lange beklimming. Eerst rijd je door het dal, totdat je op een gegeven moment ziet dat je nergens meer om de bergen heen kunt en dus er overheen moet. De weg begint met een paar bochtjes. Het lijkt er al snel op dat het niet meer zo ver is. Daarna worden de rechte stukken tussen de bochten in steeds langer, zodat je uiteindelijk ongeveer anderhalf uur bezig bent. We haalden eerst nog twee mensen op koga's in, die sneller leken te gaan dan wij, maar later hebben we ze niet meer gezien. Twee Belgen op mountainbikes konden we wel bijhouden. We haalden ze in, toen gingen we wat eten, ze haalden ons in, daarna konden we ze weer inhalen. De ene zei tegen de andere 'kijk is wa'n klein die trappen'. Want wij klommen altijd omhoog in de laagste versnelling, en dan maar heel snel met je benen rond gaan. Bij een uitzichtpunt gingen we nog wat foto's maken.


De bochten van de col de Rousset.





Door dit dal waren we hier gekomen.

De Belgen haalden ons weer in. Het was daarna niet ver meer tot de top. Uiteindelijk kwamen we tegelijk boven aan. Er waren wel veel vliegen daar boven.


Op de achtergrond zie je het zoutloos stokbrood wat nog over was in mijn fietstas zitten.


Deze col was niet zo steil, dus we waren ook niet zo heel moe boven.

Na de col kwamen we door een tunnel, daarna begon de lange afdaling. We kwamen terecht in een lager stuk, tussen twee lange bergen. Met het plannen van de route had ik al gezien dat het een mooi stuk zou zijn. Dat was ook wel zo. Het was er overal groen en de dorpjes waren ook mooi. De weg liep bijna vlak, dus we konden nog even goed doorfietsen.

We hadden na het zoutloze stokbrood niets meer gegeten. We kwamen ook de eerste zestig kilometer niet meer door een groter dorpje. Ergens zagen we dat er lollies in een winkeltje lagen, dus gingen we daar naar binnen om te kijken of ze nog meer eten hadden. Dat hadden ze niet, maar er was wel een 'epicerie' om te 'manger', volgens het vrouwtje wat achter de toonbank stond. Ik wist niet precies wat het was, dus ik ging maar zoeken waar die dan was. Op een gebouwtje wat dicht leek te zijn stond 'epicerie', maar die was dicht volgens Bram. Ik deed de deur open en ging naar binnen, gelukkig had ik toch gelijk de hele dag. De epicerie was een kruidenier. Ze hadden geen brood meer, maar nog wel genoeg andere dingen om te eten. We kochten een grote cake voor 1.60, een pak met 3 rollen koekjes met chocolade d'r tussen voor 90 cent, wat appels, een paar pakken drinken en nog wat kleine dingen.

Op een bankje in het dorpje gingen we eten. We begonnen eerst met de cake. Na drie plakken was ie al niet meer zo lekker, omdat het een hele droge cake was. Ieder had ongeveer dertig centimeter cake om op te eten, want het was nog een grote ook. Uiteindelijk is hij helemaal opgegaan, op één plakje na, maar alleen omdat we de rest van de dag nog bijna niks gegeten hadden. Aan de nog goeiekopere koekjes zijn we maar niet begonnen.

Vol met cake fietsten we verder. Gelukkig was er nog niet meteen een steile klim. Er was wel een hele steile afdaling. Hij was ongeveer twaalf procent. Met heel veel remmen lukte het om beneden te komen zonder uit de bocht te vliegen. Vanaf daar begon de niet zo steile, maar ook wel redelijk lange klim naar de col de Romeyre. Dat was dan echt de laatste col voor vandaag. Boven op de col was een restaurantje waar de mensen allemaal raar keken waarom wij midden op de weg stopten om foto's te maken.


Het was laat op de middag toen we boven aankwamen.




Het ging een stukje licht naar beneden, toen kwam opeens een heel steil stuk waar geen bochten in zaten. Ik trapte zo hard mogelijk bij en ging plat op mijn fiets liggen om mijn snelheidsrecord te kunnen breken. Omdat mijn kilometerteller onder de kaart zat kon ik niet zo gemakkelijk kijken hoe snel ik ging. Ik dacht ook niet dat ik sneller was gegaan dan op de Mont Ventoux. Een dag later zag ik pas dat dat wel gelukt was. Ik ging 80,6. Na dat steile stuk afdalen kwamen we bj een heel mooi stuk. Eerst ging de weg onder een rots door, daarna hadden we een mooi uitzicht. Er was een rotswand, met een waterval er in.


Dit was geen heuvel meer, maar gewoon een rostwand van 300 meter waar we vanaf moesten afdalen.





De waterval, hij was nog vijf keer zo lang als het stuk wat je op de foto kunt zien.


Vanaf deze kant kwamen we hier aan.


In de rotswand rechts was de waterval.


Attention cyclistes, staat op het bordje.

De rest van de afdaling ging over een smal nat paadje, door de bossen. Ik wilde niet zo snel gaan, dus ik liet Bram maar voorop, zodat ik niet veel te hard zou gaan. Dat was maar goed ook, want het was geen fijne afdaling. Halverwege de afdaling kwamen we weer langs de watervallen.


De bergwand was helemaal van harde rots.


Hier waren ook weer hoge watervallen.


De steile rotswand.

De rest van de afdaling was over een nog smaller weggetje. Op het einde zat er ook nog een auto voor ons, waardoor we nog meer moesten remmen. Onder aan de afdaling wou ik wel eens weten hoe heet mijn remmen waren geworden. Gelukkig was het in het dal vochtiger dan boven op de berg en waren mijn handen een beetje vochtig geworden, want het siste nogal toen ik de koelschijf van mijn remmen aanraakte. Bram wilde na een halve minuut ook nog wel 's voelen hoe heet ze waren geworden. Toen hij voelde siste het nog steeds. Gelukkig zijn ze wel heel gebleven.

Het laatste stuk van de route van vandaag ging over een echt fietspad. Er mochten geen auto's over komen. Daar konden we dan nog een stuk achtentwintig gemiddeld fietsen. In Tullins zou onze camping zijn. Bij een verlaten benzinepomp zat er in een van de slangen nog heel veel benzine, zoveel dat we de volgende dag misschien wel konden koken.

De camping was echt de slechtste die we de hele vakantie gehad hadden. Er stond een grijs hok, wat de receptie was. Verder was heel de camping niet echt vrolijk, met alleen een paar vervallen stacaravans, en een hoop polen die op doorreis waren.

De douches waren gelukkig wel goed. Voordat we gingen douchen wilden we eigenlijk eerste wel wat eten. (Gelukkig) hadden we nog de drie pakken koekjes. Ze waren al net zo droog als de cake, maar nog net niet zo vies.


We begonnen meteen met een grote col, daarna was het even vlak, met daarna weer een grote col. Na de col de Rousset was het een stuk vlak, met uiteindelijk als toetje nog de col de Romeyre.

dagafstand 132,93


Oepie Halverwege Lyon en Dyon en dan aan de rechtse kant boven de Alpen. Dat is waar B&B zich vanavond genesteld hebben op iets wat op een camping lijkt. Na de Mont Ventoux vanuit de andere makkelijkere kant genomen te hebben hebben onze twee fiesters nog zo'n 9 andere colletjes gehad tot nu toe. Het eten begint wel wat 1-toonig te worden, stokbrood, stokbrood en stokbrood. Ook was de brandstof van Bram zijn brandertje op, "kopen we wel ff wat wasbenzine" dacht ie, maar dat ging mooi niet op. Nergens geen wasbenzine te vinden in Frankrijk. Zullen die Fransen zich dan ook nooit wassen...?? Dus maar even bij een benzinepomp langs om bij te vullen. Maar dat bleek ook niet te gaan of te mogen. Maar B&B zijn B&B niet als ze daar niet op een andere manier aan hun BB komen(Brandertjes Brandstof). Zijn ze alle benzinepompen langs gegaan en hebben ze overal de laatste druppeltjes uit de slangen in het brandertje laten lopen en daar kunnen ze voorlopig weer mee vooruit. Kunnen ze vanavond tenminste weer warme stokbrodensoep eten!