Fietsvakantie verhaal Zuid-Frankrijk

Dag 16 : Weer wat vlakker

We vertrokken op tijd van de camping, na toch wel goed geslapen te hebben. In de supermarkt in het dorpje kochten we wat eten, waaronder een pot jam van 750 gram. Op de camping hadden we al een heel pak van die droge koekjes op, dus we hadden het eerste half uur nog geen honger. Halverwege een klim, wat volgens de kaart alweer de zoveelste col was, gingen we op een bankje zitten om wat te eten. Bram had frambozenjam gekocht, dat was weer eens wat anders dan aardbeien. De "confiture de fraises" smaakte raar genoeg toch naar aardbeien. Ik weet ook niet hoe dat kan. Er waren nou ook weer wielrenners die de col opfietsten. 's Ochtends vroeg zag je er altijd de meeste.

Het was nog wel even klimmen naar boven, dus aten we rustig de twee stokbroden op die we hadden gekocht. Halverwege stond d'r nog een boer in de wei hout te hakken, hij zwaaide. Bovenop was het dan weer tijd voor de foto, dit was al weer de laatste col van de vakantie.


Deze col was niet zo heel hoog.




Na de col zou het volgens de kaart weer wat vlakker worden, maar dat viel ook wel weer mee. Na een tijdje kwamen we weer door een soort vallei, die deze keer niet zo diep was. Het was lekker vlak en we konden wel goed doorrijden, maar we waren nog wel moe door de vorige dagen.

Na het mooie stuk door de vallei kwamen we nog door wat mooie toeristische dorpjes. Ze hadden daar in Zuid-Frankrijk in sommige dorpjes helemaal overkapte fonteintjes, een soort tuinhuisjes, waar je drinkwater kon krijgen. Bij een van die dingen hebben we zitten eten. Ik had wel dorst, dus ik wou wel dat water drinken, maar bij dit fonteintje was het geen drinkwater. Bram z'n waterfilter was wel genoeg om d'r drinkwater van te maken. Er zaten in een steen wel twee halfronde gaten. Bram dacht dat ze die in de middeleeuwen als wc hadden gebruikt, maar ik geloofde d'r nie zoveel van.

We gingen al vroeg op een camping staan, zodat we goed uit konden rusten. We wilden ook nog een keer proberen of het brandertje het al deed. Er was bij deze camping helemaal geen receptie. We vroegen wat we moesten doen. Er bleek 's ochtends iemand langs te komen om geld op te halen. Het was een 1-sterren camping, waarbij de tweede ster afgeplakt was. De douches waren wel goed, dus we hadden d'r niet zoveel last van.

We gingen dan eindelijk, na een aantal benzinestations waar we het brandertje hadden bijgevuld, kijken of het werkte. Eerst even pompen om druk in het brandetje te krijgen, daarna staken we het aan. Er kwam een grote vlam vanaf. Daarna begon het dan echt te branden. De vlammen waren nog geel, maar na nog wat bijpompoen werden ze mooi blauw. Er kwam ook een goed geluid vanaf. Met mijn zakmes konden we blik ravioli open maken. Het leek eerst slecht te gaan, maar dat kwam omdat we de verkeerd kant opwerkte. De ravioli die we opwarmden op het brandertje was heel erg lekker, eindelijk weer eens iets warms sinds zes dagen.

Na het eten gingen we pas de tenten opzetten. Mijn tentje heeft tentstokken die recht zijn, en twee stukken met een bocht er in. Je kon dan die stokken in een stuk van mijn tent schuiven. Omdat de tent net iets te klein was voor die stokken moest ik nogal veel kracht zetten. Net toen ik de stok er bijna in had zitten hoorde we een grote knal. De kleinste tentstok was gebroken. Gelukkig was de grote tentstok nog wel heel, en kon ik de tent nog een beetje opzetten.


Het eerste stuk was nog een beetje bergachtig, daarna werd het bijna vlak.

dagafstand 143,7