Fietsvakantie verhaal Zuid-Frankrijk

Dag 18 : Feestdag?

Na het opstaan zijn we best wel op tijd vertrokken. Bij het eerste bakkertje wat we tegenkwamen hebben we wat brood en rozijnenbroodjes ingeslagen. We hadden eigenlijk alleen miel de acacia en een beetje gelee de coings over.

We konden lekker een grote weg volgen naar Champlite. Het weer was niet heel goed, maar werd voor de rest van de dag wel beter. Om een uur of elf gingen we al in een dorpje kijken of er een bakkertje was, want we zouden de komende veertig kilometer geen grotere dorpjes tegenkomen. Er was niks te vinden. In elk dorpje waar we door kwamen was geen bakkertje. We zouden het net halen om voor twaalf uur in Montesson te zijn. Dat was weer een iets groter dropje, waar we meer kans op een bakkertje zouden hebben. Om twaalf uur zou alles zeker gesloten zijn. Om vijf voor twaalf was het nog één kilometer tot het dorpje, volgens de borden. Het dorpje lag op een berg, waardoor de laatste kilometer twaalf procent omhoog was. We trokken nog een eindsprint, met honger en dorst, om nog voordat het bakkertje zou sluiten in het dorpje te zijn. We waren gelukkig wel op tijd in het dorpje, maar er was helemaal geen bakker.

Het laatste restje brood wat we overhadden hebben we daar opgegeten. Daarna zijn we na even uit te hebben gerust verder gefietst. In Bourbonne-les-Bains hoopten we nog wat eten te vinden. Het was een echte stad. Jammergenoeg was daar een braderie, waardoor de winkeltjes in de hoofdstraat dicht waren. De grotere supermarkten aan de rand waren ook dicht omdat het nog geen twee uur was. Op de braderie hebben we een ijsje gegeten, verder was er niks te vinden. We hadden er nog aan gedacht om drie kwartier te wachten totdat de winkels weer open waren, maar daar hadden we geen zin in.

Het was nu al half twee. We hadden sinds het ontbijt niks meer gegeten en al minstens zeventig kilometer gefietst. Het volgende dorpje zouden we precies om twee uur bereiken. Dan zou er toch wel iets open zijn. Onderweg kwamen we nog door wat andere kleine dorpjes. Het leek er op dat er overal wel iets te doen was deze dag. We dachten dat het een soort feestdag was. In het dorpje waar we om twee uur aankwamen was er een omleiding. We zijn gewoon doorgefietst, want omleidingen zijn alleen maar voor auto's. Er stond iemand in een oranje pakje, maar die hield ons niet tegen, dus fietsten we door. Toen kwamen er opeens een hoop wielrenners aan, met een auto er achter. Ik hoorde dat vanuit die auto omgeroepen werd dat het de laatste ronde was. Bram wilde gewoon doorfietsen, over het parcours van de wielrenners. We kregen nog bijna ruzie of we door zouden rijden of niet, tot ik vertelde dat die auto had omgeroepen dat het de laatste ronde was, wat Bram niet verstaan had. Na de laatste wielrenner zijn we verder gereden naar het dorpje. Daar was ook weer de hoofdstraat afgezet, deze keer omdat er de finish van de wedstrijd was. Het enige bakkertje in het dorpje was dicht, omdat het door de wedstrijd moeilijk te bereiken was.

Uiteindelijk moesten we dan toch maar weer verder fietsen, nog steeds zonder eten. Tien kilometer verder, toen we nog in een heel klein dorpje wilden gaan zoeken naar een bakkertje wat er waarschijnlijk toch niet was, zagen we aangegeven staat dat er in het dorpje met de wielerwedstrijd een grote supermarkt zat. Die hadden we dus gemist. Het ging maar door met kleine dorpjes waar geen bakkertje zat. Uiteindelijk kwamen we weer in de buurt van een groter dorpje. Daar moesten we wel wat voor omfietsen, maar dat deden we dan maar, we moesten toch wat eten. Het drinken was ondertussen ook al een uur of twee op. In dat dorpje was er een kermis. Alle kraampjes waren nog dicht, anders hadden we wel een zak oliebollen willen kopen. Ook hier was het bakkertje speciaal voor deze feestelijke dag gesloten. Wat was het toch een feest voor ons.

We wisten onderhand echt niet meer wat we moesten doen. Het was al ongeveer drie uur. We reden maar weer een stuk verder. In Neufchateau zou zeker een winkel open zijn, maar dat was nog twintig kilometer fietsen. Ik wou eigenlijk zo snel mogelijk daarheen gaan, om er vanaf te zijn. Net toen we het dorpje met de kermis uitreden zag ik een pruimenboom staan, in een tuin van een verlaten huisje. We sprongen snel van onze fiest af en begonnen te eten. Na tien minuten waren we nog steeds bezig de pruimen één voor één naar binnen te werken. Er was nog een andere boom met kleine pruimen, maar die waren niet zo lekker. We hadden nog steeds geen water. De pruimen hielpen wel, we konden nu naar Neufchateau fietsen zonder veel honger.

In Neufchateau was ook al alles dicht. De Aldi, de Lidl, de Intermarché, niks was er nog open. Na nog een hele tijd zoeken vonden we een bakketje wat nog open was. Ze hadden ook flesjes drinken. Eindelijk konden we dan wat eten. Het was ondertussen al vijf uur.

Na het eten leek het weer wat slechter te worden. Het werd nogal grijs.

Voor vandaag hadden we geen camping, kwamen we achter. Ik had alle campings op de kaart aangegeven, maar de dichtsbijzijnde was nog zeventig kilometer verderop. Als we die nog zouden willen halen zouden we er na tien uur aankomen, bovendien zouden we dan nog door de stad Toul heen moeten, als we pech hadden door het donker. We sloegen dertig kilometer voor Toul af op een kleinere weg, zodat we makkelijker een wildkampeerplaats konden vinden. Wat we toen zagen was wel weer echt fietsvakantie. Overal langs de weg waren moestuinen met pruimen, appels, peren, rode bessen en nog veel meer fruit, en dat terwijl we de rest van de dag honger hadden gehad. We hebben nog wat bramen geplukt langs de weg en pruimen in het pannetje gedaan voor 's avonds.

Om half negen begonnen we met het zoeken naar een wildkampeerplek. Het was niet gemakkelijk. Overal naast de weg waren de moestuinen. De bossen die we een kilometer verder waren konden we niet bereiken. In een dorpje konden we dan eindelijk de bossen in. Daar was het één en al modder. We moesten nog een eind lopen om van de moestuinen vandaan te komen, en echt de bossen in te gaan. Daar vonden we wel een geschikte plek. Er stonden wel bomen boven de tenten, maar het was niet zichtbaar vanaf het pad.

We aten nog wat pruimen voor het slapen. Toen we net in de tent lagen begon het te regenen. Het hield na tien minuten nog niet op, maar het werd alleen maar erger. Na een half uur regende het keihard. De rest van de nacht heeft het heel hard doorgeregend. Bram en ik hebben allebei niet geslapen.


Vanaf Champlite tot Neufchateau was er nergens een bakkertje of supermarkt te vinden die open was.

dagafstand 153,67