Fietsvakantie verhaal Zuid-Frankrijk

Dag 20 : 2 keer bier

We hadden deze keer weer goed geslapen. Het was niet warm of koud geweest 's nachts en het had niet geregend. Omdat we zo goed hadden geslapen waren we wel laat wakker. Dat maakte eigenlijk niet zo veel uit. We zouden maar 130 kilometer hoeven te fietsen vandaag, dan zouden we nog wat tijd overhebben 's avonds in Diekirch. De planning was namelijk om niet naar huis te fietsen, maar om eerst in Rochefort Rochefort 6 te gaan drinken en daarna naar Diekich te rijden, om dan de volgende dag vanaf Diekirch in één keer naar huis te fietsen. De week erop zouden we dan met de racefiets van Diekirch naar Valkenwaard fietsen.

Toen we alles in hadden gepakt telden we nog eens na hoeveel geld we in onze portemonnee hadden. In totaal kwamen we wel op een euro of twintig. De duurste camping die we tot nu toe hadden gehad was ongeveer zestien euro, dus we zouden het wel halen. Het meisje achter de kassa liet ons eerst een hele lijst met onzin invullen, adresgegevens en of we een hond d'r bij hadden en nog veel meer, om het vervolgens over te gaan typen in de computer. Toen ze daar eindelijk mee klaar was zei ze hoe veel het kostte: 27 euro 90 alstublieft. Mijn ogen rolden bijna uit mijn hoofd, en dat had ze vast ook wel gezien. Ik was echt helemaal verbaasd dat het zo duur was om voor één nacht, van tien uur 's avonds tot negen uur 's ochtends bijna dertig euro te vragen. We hadden ook maar twee tentjes en gebruikten geen stroom, hadden geen auto en geen caravan. Opeens begreep ik waarom ze zo raar aardig tegen ons deden de vorige avond.

Bij die absurde prijzen was het natuurlijk heel normaal dat je kunt pinnen. Stel dat je er drie weken staat met je auto en caravan, een bijzettentje en stroom, dan kom je toch al snel op zo'n 1000 euro met die hoge prijzen op die camping. Ik vroeg 'kan ik hier pinnen', 'nee', dat ging niet daar. 'Ook niet in het dorpje?', 'nee ook niet in het dorpje', 'was d'r dan geen winkel in het dorpje waar ik bij kon pinnen?'. Dat ook al niet. De enige manier was om in een dorpje zeven kilometer veder te gaan pinnen. Dat deed ik dan maar, want je wilt natuurlijk niet op een of andere lijst van wanbetalers ofzo komen. Als ik m'n naam nog niet had moeten geven was ik zeker aangefiets zonder te betalen. Ik gooide eerst al m'n tassen van m'n fiets en reed toen even op en neer naar het dorpje. Nadat we betaald hadden gingen we zo snel mogelijk weer verder.

Nog één advies, ga nooit naar die camping "chenefleur" in Tintigny, want die is echt tien keer te duur. Toen we eindelijk weg konden was d'r nog zo'n vrouwtje van de "animatie", om de kleuters te vermaken, die wij dus hadden betaald, die nog opmerkte dat we de dag d'r voor hadden gezegd dat we om negen uur 's ochtends weg zouden zijn. Ik zei maar niks. Toen ik weg was was Bram daar op die camping blijven zitten en had al die blije mensen van het 'animatie team' met die kinderen zien spelen, terwijl ze zelf nog 't ergste waren. Vooral een vent die mee zat te doen met spelletjes met een zak en een stok, die had volgensmij zelf geen zak en geen stok. En zo duur als 't daar was had ik 'm graag met een stok voor z'n zak gespeeld.

Omdat het pinnen zo veel tijd had gekost leek het nog moeilijk om helemaal naar Rochefort te fietsen en dan naar Diekirch. Ik wou eigenlijk liever meteen naar Diekirch fietsen, maar Bram wou persé naar Rochefort. Toen we net tien kilometer onderweg waren zagen we een bord van Orval. Orval is net als Rochefort ook een trappistenbrouwerij, maar deze hadden we nog niet bezocht. We besloten daarom, en omdat we als we via Rochefort wilden fietsen we ons helemaal kapot moesten fietsen terwijl het eigenlijk een soort van rustdag zou zijn, naar Orval te fietsen.

We waren er zo, want de weg er heen ging alleen maar bergaf. De abdij van Orval lag diep in de bossen, tegen de franse grens aan. We gingen eerst binnen bij de abdij kijken of je daar Orval kon drinken. Dat kon niet, maar je kon er wel allerlei dingen kopen. Als souvenir en voor de verzameling kochten we ieder een glas van Orval. Bram kocht ook nog een opener. Eigenlijk dacht Bram dat ie dat glas nooit heel thuis zou krijgen omdat al z'n bagage helemaal in z'n tassen gepropt was. Uiteindelijk was dat toch gelukt. Er stond ook een Orval glas van een halve meter hoog, dat 50 euro kostte.

Volgens de kaart was het drie kilometer fietsen tot het dorpje Orval. Gelukkig vonden we na tweehonderd meter na de brouwerij al een cafeetje met Orval. Bram had 't al eens gedronken en vond 't toen heel vies. Ik was wel benieuwd want la Trappe, Westmalle en Rochefort waren tot nu toe nog heel lekker geweest. Orval was helemaal niet lekker, geen wonder dat het niet zo veel verkocht wordt. Het had een heel sterke bittere smaak, maar we hebben 't toch op gekregen. De lange terugweg bergop was niet zo simpel meer, zeker niet nadat die trappist naar je benen was gezakt. In het eerste dorpje wat we tegenkwamen gingen we naar een bakkertje want we hadden wel honger ondertussen. Ze hadden daar eindelijk echt brood, wat je zou kunnen snijden, maar dat deden we niet, een heel brood blijft veel beter goed.

Op het pleintje in het dorpje aten we het brood op. De grote pot van 1,2 kilo jam ging nu op. Er zat een jongetje met en geweertje oranje kogeltjes weg te schieten. Hij vond het nogal leuk zo te zien, want op heel het pleintje zag je de oranje bolletjes liggen. Hij schoot alleen nergens op, alleen maar de lucht in.

Vanaf hier zou het nog 80 kilometer zijn tot Diekirch. Ik was echt niet moe in m'n benen en kon goed doortrappen. Ik dacht dat het heel erg bergachtig zo worden omdat we midden door de ardennen moesten. In vergelijking met de bergen die we al gehad hadden viel het allemaal wel mee. Net voor vijf uur konden we, toen we al in Luxemburg waren, nog een winkeltje binnenlopen en daar wat eten halen. Bram kocht een pak ananassap. Voor een kerkje aten we alles op, brood met stroop en het brood wat we overhadden dan de vorige keer.

Volgens de planning was het nog veertig kilometer tot Diekirch maar volgens de kaart nog maar vijfentwintig. We hadden geluk, want het was nog maar vijfentwintig kilometer en we kwamen al om acht uur aan. Nadat we de tent op hadden gezet gingen we naar het cafeetje bij het restaurant Diekirch bier drinken. Er zaten nog wat mannen aan de bar, die zo te horen uit Brabant kwamen. We vertelden hoe ver we gefietst hadden enzo. We bestelden twee Diekirch bier, later gaf één van de twee ons er nog één. Dat was nou precies de perfecte voorbereiding voor de lange dag van morgen. Toen we alles ophadden wilden we nog even gaan douchen.

Het douchehok vlak bij onze tent was helemaal donker en de deur naar de douches wars op slot. Ik was al kwaad dat we niet konden douchen. We zochten verder of er niet nog een ander douchegebouwtje was, dat was er gelukkig wel. Toen we opgewarmd waren aan de douches gingen we in onze slaapzak liggen. We probeerden nog wat te slapen voor de volgende dag.


Ik begon de dag in Tignity, vanaf daar ben ik op en neer naar Etalle gefietst zonder bepakking. Daarna zijn we vertrokken richting Rochefort. Na tien kilometer zijn we afgedraaid naar Orval. Vanaf Orval zijn we weer terug gefietst naar Jamoinge. Vanaf Jamoinge zijn we toen naar Diekirch gereden.

dagafstand 99,77


Oepie "We hebben gepland om zondag thuis te zijn". Ja, maar wat als je vooruit loopt op de planning? "Dan fietsen we wel een stukje om" zei Bram. En dat doen ze dus. Gisteren zijn ze in Noord Frankrijk ergens rechtsaf geslagen en richting Luxemburg gefietst. Vandaag vrijdagavond hopen ze bij Diekirch aan te komen. Morgen staan ze wat vroeger op en doen er als klap op de vuurpijl in een dag en met volle bepakking nog even Diekirch-Valkenswaard (±250Km) achteraan. Mooie training voor volgend weekend. Tot aan Diekirch hadden ze er al ongeveer 2400Km op zitten dus de teller zal totaal zo rond de 2650Km uitkomen!. ('t is iets meer, mag da?) Onze binken verwachten dan zaterdag avond of nacht weer thuis te zijn.