Fietsvakantie verhaal Zuid-Frankrijk

Dag 2 : Vandaag wordt 't vlak

Gisteren was het aan het eind van de dag al vrij bergachtig. Vandaag zou 't volgens mij wel vlakker worden, na een paar kilometer. We stonden al heel vroeg op en vertrokken nog voor half negen. Het was zo 's ochtends nog wel koud en vochtig. De nacht was wel rustig geweest en niet heel koud, dus we hadden best wel goed geslapen. Er was nog steeds geen receptie te bekennen, dus vertrokken we gewoon van de camping.

In Rochefort was het even zoeken waar de hoofdweg was en hoe we er uit moesten komen. Het was de eerste tien kilometer alleen maar klimmen. We kregen het wel snel weer warm. Uiteindelijk hebben we maar de afristbroek afgerist en jassen uitgetrokken. De weggetjes waar we over moesten waren vrij klein, het was fijn fietsen. In Paliseul zijn we naar een bakkertje geweest. Vanaf daar konden we de oude kaarten van vorig jaar (1:300 000) weg doen, en die van dit jaar (1:200 000) gebruiken. Dat scheelde meteen heel veel. Er was namelijk een omleiding richting Bouillon. Eigenlijk moet je bij een omleiding gewoon altijd doorfietsen, want fietsvakantie stopt voor niemand. Maar deze keer stond er politie bij en werden we een andere kant op gestuurd. We waren nog helemaal niet omgereden toen, dus dat was niet fijn. Ze waren aan die weg bomen aan het kappen, dus gelukkig hoefden we die dan niet te gaan ontwijken. Toen we in een zijweggetje gingen eten zagen we nog meer mensen die ook op fietsvakantie waren. De afdaling naar Bouillon was best steil en lang, de eerste goeie afdaling. Het was een heel toeristisch stadje, in een vrij diep rivierdal. We moesten daar een klein weggetje vinden wat uit Bouillon over de franse grens liep.

Dat weggetje hadden we zo gevonden. Het had een stijging van vijftien procent. Halverwege kreeg Bram nogal dorst. Hij wou water gaan pompen. Ik wou in n keer doorfietsen naar boven. Na nog twintig meter wou ik ook wel even water gaan pompen, want 't was wel heel erg steil. Toen we net bezig waren kwam er iemand langs lopen, die keek wel een beetje raar dat wij daar met z'n tween bij zo'n klein stroompje iets zaten op te pompen. We wisten niet of het water uit een riool kwam ofzo, maar volgens Bram was het wel lekker. Dat was waarschijnlijk nog het beste water wat we gepompt hebben.

Het weggetje ging verder door een bos, over de franse grens. De bergen bleven nog een tijd, maar werden wel steeds meer heuvels. De laatste 50 kilometer volgden we een riviertje. Het was vrij vlak. In een winkel hadden we wat eten en drinken gehaald. Ook een pak Oasis, dat is een soort limonade. We hebben van die oasis bijna elke dag een tweeliterfles opgedronken bij het eten. Er waren negen smaken, maar we hebben d'r ongeveer zes gehad. We hebben ravioli gegeten op een bankje met een tafel en hebben nog uit liggen rusten. De ravioli was wel een beetje aangebakken, maar het brandertje deed 't tenminste wel goed.

Volgens de planning zouden we in Dun-sur-Meuse uit moeten komen, maar daar waren we al voor 't avondeten. Eerst zouden we dan nog 20 kilometer moeten fietsen om de voorsprong op het schema vast te houden en dan nog 20 kilometer om extra voorsprong op het schema te krijgen, voor wanneer we in de bergen niet meer zo ver konden fietsen. Vanaf Verdun was het nog ongeveer 30 kilometer tot de camping. Het was een fijn weggetje, een beetje koel door de bossen. Aan de linkerkant lag het riviertje, met een beetje moeras d'r om heen. Rechts lag een spoorlijntje. We fietsen nog een dik uur hard door en kwamen uit in Villers-sur-Muese, op een camping-a-la-ferme. Ze hadden d'r ook producten van de boerderij. We kochten een pot pruimencompote, voor op brood. Die was echt op de originele manier gemaakt, met een laag kaarsvet d'r over om 'm dicht te maken en dan zo'n geruit doekje er nog overheen.

Er stonden ook nog wat Nederlanders op de camping. Er kwam een vrouwtje naar ons toe om wat te kletsen. Ze zag namelijk aan de camouflageprint van Bram z'n bivakzak dan we Nederlands waren. Ze vroeg waar we vandaan kwamen, en ik zei 'Valkenswaard'. Ow, zei ze, 'je mag wel Limburgs praten hoor. Da ken ik ok wel'. Ik zei, ja, ik ook, maar Valkenswaard ligt in Brabant. Toen vroeg ze nog hoe ver we hadden gefietst. Iedereen geeft dan altijd ongeveer dezelfde reactie, die wel afhankelijk is van waar je bent, dichter bij Nederland of dichter bij de Middellandse Zee.

"Hoe ver hebben jullie vandaag gefietst?"
"173 kilometer"
"da's veel, en waar gaan jullie dan naar toe?"
"Zuid-Frankrijk"
"Ow gaan jullie ook stukken met de trein dan?"
"Nee"
"En hoe lang doe je d'r dan over om daar te komen"
"We denken ongeveer 10 dagen"
"En dan ga je met de trein terug? "
"Nee, ook met de fiets"

De camping had verder best goeie douches. Ik heb zelfs nog wat kleren gewassen onder de douche, wat al wel een beetje nodig was.


Bij Dun-sur-Muese zijn we van de geplande route afgeweken. Eigenlijk zouden we aan de andere kant van de rivier gaan fietsen, over een rustigere weg. We zijn toch gewoon de weg aan deze kant van de rivier blijven volgen, omdat die ook wel rustig genoeg was en 't net lekker opschoot.

dagafstand 170.63
gemiddeld 20.3
maximaal 63.5