Fietsvakantie verhaal Zuid-Frankrijk

Dag 6 : Hoe hoog zou de Ventoux zijn?

Vandaag zou het einde heel erg bergachtig worden. Eerst kwamen er vandaag nog 20 kilometer met bergen, daarna lekker vlak. Bij de bakker verkochten ze altijd baguettes, flutes en gros pains. Baguettes zijn gewoon kleine stokbroden, zoals je in Nederland hebt, flutes die zijn twee keer zo dik en een stuk luchtiger, en lekkerder. Gros Pains zijn meestal een soort flutes, alleen dan iets breder. De bakker waar we nou waren verkocht gros pains die een halve meter lang waren en dertig centimeter in doorsnede. We kochten zo'n brood, hij werd meegegeven in een zak die bijna net zo groot was als Bram z'n bivakzak. Na het ontbijt was pas een derde van dat brood op. We konden er nog van eten tot 's avonds.

Vanaf Romans-sur-Isere konden we weer rechtdoor over de grote weg racen. We hadden genoeg brood, maar geen beleg meer. Er waren allerlei tentjes langs de weg waar ze vers fruit van het land verkochten. Bij een van die tentjes vroeg ik of ze toevallig ook jam hadden. Dat hadden ze niet, maar ze hadden wel een potje met pasta. Het kostte 6 euro 10. Dat vond ik wel een beetje duur, en Bram die dacht dat het walnotenpasta was, en dat dat niet lekker was. Ze hadden nog wel 'miel de fleurs', 'miel de lavendre', 'miel van dit' en 'miel van dat'. Ik wist helemaal niet wat 'miel' was, maar ik had maar 't goeiekoopste potje gekozen. Dat was nog 5 euro. Het bleek honing te zijn. Het was wel hele lekkere honing.


De weg waar we over fietsen was lekker vlak, maar de bergen die we zagen leken echt wel dichterbij te komen.

Vanaf Crest konden we dan echt klimmen. Het was heel erg heet en dit was wel een flinke klim. In de afdaling zagen we dat we in een soort vallei uitkwamen, waar het net leek of je in Spanje was.


In deze vallei was het heet.

Om weer uit die vallei te komen moesten we weer klimmen. Uiteindelijk bleek dat we dat wel nodig hadden als voorbereiding voor de Mont Ventoux. Toen we eenmaal uit die vallei waren geklommen zagen we in de volgende afdaling voor het eerst de Ventoux.


Het eerste wat we van de Ventoux zagen.

We zaten nog ongeveer 50 kilometer van de camping af, die achter de Mont Ventoux lag. We dachten dat het tot daar nog wel heel bergachtig zou worden.


De Ventoux, met daarvoor de bergen waar we nog over moesten om tot de camping te komen.

In die afdaling besloten we van de route af te wijken, om zo nog en stukje af te snijden. Dat zorgde er wel voor dat we niet meer door een grote stad kwamen. Daardoor hadden we weer geen eten of drinken. Het was nog 20 kilometer fietsen tot Nyon, waar wel een winkel zou zijn. Gelukkig vonden we al eerder een pizzaria, wat hadden we deze vakantie toch weer veel meer geluk dan vorig jaar. Toch hadden we niet echt geluk, we konden geen eten meer krijgen om zes uur, want de pizza's waren alleen 's middags te krijgen. We konden weer verder. Het was echt niet vlak daar, dus dat maakte het alleen maar erger. Langs de weg groeiden wel druiven, maar dat waren druiven om wijn van te maken, en die waren dus niet te eten.

We zagen ergens bomen met pruimen en appels. We wilden er net een paar gaan plukken, toen ik tien meter verder zag dat de mensen van wie dat land was daar stonden. Gelukkig stonden ze wel eten te verkopen. We kochten Galia meloenen, voor 80 cent per stuk. Ze waren lekker sappig, en het was genoeg om de honger en dorst tot aan Nyons op te houden. In Nyons kochten we ravioli, water en een vruchtencakeje. Bram had die al eens ooit gehad. Ze waren heel erg lekker. Van de ingrediënten die er in zaten was wel de helft suiker en de rest rotzooi.

Het laatste stukje naar de Ventoux zou heel erg bergachtig worden, was de verwachting, maar het viel nog wel mee. Buiten Nyons zochten we naar een bankje om te gaan eten. We konden zo snel niks vinden. Bram vond een plaats uit de zon, ik zei, 'zullen we nog even doorfietsen totdat we iets beters vinden', "nee, hoe groot is nou de kans dat d'r dadelijk een bankje is". We keken allebei de weg af. De kans dat d'r een bankje was binnenkort bleek vrij groot, want 50 meter verder was er een rustplaats met drie tafels en bankjes. We gingen lekker de ravioli opwarmen. Toen het brandertje net één minuut aanstond begon het een beetje uit te gaan, daarna ging het helemaal uit. We dachten dat er niet genoeg druk op stond, maar dat was niet het probleem. Het probleem was dat we geen brandstof meer hadden. De ravioli was nog maar net lauw. Eigenlijk was het helemaal niet te eten, maar we hebben 't toch maar opgegeten.

De laatste berg voordat we eigenlijk op de camping bij de Ventoux zouden aankomen was niet meer zo erg, hier is de foto vanaf de top.


Het landschap aan de voet van de Ventoux.

Toen ik me omdraaide schoot ik wel in de lach. Na 180 kilometer fietsen leek deze klim lekker makkelijk. Toch zag ik dit bordje:


Deze col is wel een bekende, die ook vaak in de Tour de France zit.


Van elke col hebben we een foto gemaakt van ieder van ons, zo staan we in ieder geval zelf ook nog 's op de foto.

In de afdaling was het al schemerig, dus deden we de lampen van onze fietsen aan. Het was eigenlijk alleen maar afdalen tot Bedoin. Vanaf Bedoin begint de steilste klim de Ventoux op, dus daar zouden we op een camping gaan staan. In het dorpje stond niet aangegeven waar de campings waren. Op een kaartje stond de goede camping aangegeven waar we af hadden gesproken met Stefan en Bojan. Na een tijdje vonden we een camping, maar dat was niet de goeie. Hij was wel helemaal vol. We hoopten maar dat die van ons dat niet zou zijn. Na een tijdje fietsen bleek dat we de verkeerde kant op waren gefietst. Het was al ongeveer half elf en we hadden al bijna 190 kilometer gefietst. We hadden geen zin meer om verder te fietsen. Terug in het dorpje hadden we een andere afslag genomen naar een andere kant, in de hoop dat we deze keer op de goeie camping uit zouden komen, anders zouden we wel gaan wildkamperen. Na 500 meter stond de camping aangegeven. Er was een terrasje op die camping, en de bar was open, dus we konden ook nog wel even de receptie in. Gelukkig was er nog een plaats vrij. We hebben niet meer gedouched omdat 't al zo laat was.


Tussen Crest en La-Begude-de-Mazenc lag de vallei. Vlak voor Gringan hebben we een stuk afgesneden. De col de la Madeleine lag tussen Malaucene en Bedoin. Vanaf Malaucene kun je de Ventoux ook beklimmen.

dagafstand 188,19
gemiddeld 20


Oepie
Vrijdagmiddag 3 augustus heeft Bram (niet te lang want da kost te veel) gebeld. Ze zitten al op de Mont Ventoux. Nog ff doorfietsen en dan zijn ze vrijdagavond op de camping waar Stefan en Bojan zaterdag aankomen. Hebben die 2 zich natuurlijk het leplazerus gefietst omdat ze er natuurlijk eerder dan Stefan moesten zijn, voor het "zijn jullie er nou al !?!?" effect. Verder ging alles goed, geen stukken gehad. Het was wel heet, gelukkig was Bart zo slim om wel zonnebrand mee te nemen want voor Bram hoefde da nie en nou het ie het hard nodig. Hij zal intussen door die hitte al "well done" zijn (een goeie doorgebakken biefstuk).