Fietsvakantie verhaal Zwarte Woud

Dag 9, niet gefietst

Het vrouwtje van de camping vroeg of we 't koud hadden gehad en of we dekens wilden vannacht. Dat was wel aardig. Het regende al de hele nacht, en 's ochtends regende 't ook al. Deze dag hebben we 't complete ontbijt in de tent ingevoerd, je gaat gewoon niet uit je tent om te ontbijten, maar je zorgt dat alles al klaar ligt. Da's wel zo lekker warm. De tent was niet goed opgezet. Daarom lekte 't heel erg. Als 't niet zo hard regende dan duurde het wel heel lang voordat 't door begin te lekken, maar omdat 't zo hard regende en ook nog waaide kwam het snel binnen. Op Bram's matje stonden de plassen met water. De pullen van de natuurvrienden hebben we gebruikt om het zoveel mogelijk op te vangen, en om het van 't matje af te scheppen.


Een indruk van de rotzooi in de tent, en van de plassen water op Bram's matje.


De pullen kwamen meteen van pas om water op te vangen.

Ik had geluk omdat het aan mijn kant helemaal niet lekte, maar bram had ook geluk ,want hij had een waterdichte slaapzak, waardoor hij ook niet nat was. We wilden eigenlijk wel een keer onze kleren wassen, maar het was te nat, dus dat kon niet. Er was wel een hok op de camping waarin we zelf droog zouden kunnen gaan zitten, met een stoel en een bank en een tafel en een tv, maar we konden niet uit de tent anders zouden we misschien terugkomen in een grote plas water. Dus we bleven maar zitten totdat het weer een beetje droog was.

Toen het eindelijk beter werd zijn we in 't bos gaan wandelen. Er was een wandelroute uitgezet met allerlei borden langs de route waar opdrachten en informatie op stond. Jammergenoeg hebben we ze niet allemaal ontdekt. We hadden d'r 6 van de 8. Een andere opdracht was het schatten van de hoogte van een boom. Bram dacht 35 meter, ik 45. Gelukkig was 't goede antwoord 40 meter, anders had iemand van ons 't meeste gelijk.

Verderop op de wandeling was een grote mierenhoop. De zon scheen, dus het krioelde helemaal van de mieren. Bram vond 't heel interessant, en wou een keer een mier op z'n hand laten lopen. Ik dacht dat 't rode mieren waren, maar bram dacht van niet. “t waren ook geen rode. Toch schok Bram best wel toen de mier ineens z'n kop omhoog deed, z'n kaken uit elkaar, en toen in z'n hand beet. Opeens werd ie heel snel. We hebben nog geprobeerd een lucifer te maken van hars en een stokje, maar 't was te nat buiten om hem goed te laten branden. Toen we bijna terug waren voelde ik opeens wat in 'm nek. Het deed niet echt zeer, maar 't voelde ook niet fijn. Het bleek dat d'r een mier was meegelift, en dat die na 20 minuten toch nog in m'n nek had gebeten. Terug op de camping hadden we weer niks te doen. We besloten om de bossen in te gaan om brandnetels te zoeken voor brandnetelthee. Pas na 2 kilometer lopen vonden we goeie brandnetels, ik knipte de mooiste blaadjes d'r af. Even verderop zagen we een hertje dat de bossen in schoot. Terug op de camping begonnen we, terwijl 't miezerde de thee te zetten. Water in een pannetje met de blaadjes d'r bij. Ik goot wat in m'n mok en proefde 't. Bram gooide de blaadjes uit 't pannetje op de grond. Ik vond 'm nog niet sterk genoeg. Bram pakte de blaadjes weer van de grond af en deed ze terug in 't pannetje. De mensen aan de overkant keken heel raar.

Omdat de zon was gaan schijnen hebben we maar snel de kleren in de was gegooid. Het duurde al een tijd om uit te vissen hoe de wasmachine werkte. Nadat het wassen klaar was probeerden we 't deurtje te openen. Dag ging helemaal niet. Nadat we vrij lomp en hard d'r aan hadden getrokken ging 't nog niet open. We hebben toen nog maar een programma aangezet, en gehoopt dat het daarna wel open ging. Dat was ook zo. Toen we van de eerste wandeling terugkwamen was het tweede programma klaar. Het deurtje ging gewoon open. Bram vond 't nog niet droog genoeg, en wilde 't deurtje weer dichtdoen om nog een keer te centrifugeren. Ik wilde alles d'r gewon uitpakken. Toch maar 't deurtje dichtgedaan, want aan natte was heb je ook niets. Het was namelijk ondertussen al weer slechter weer gewonden. Na 't centrifugeren ging 't deurtje natuurlijk niet meer open. Na veel proberen drukte ik de twee drukknoppen die op de wasmachine zaten tegelijk in, en sprong 't deurtje open. Dat was geluk hebben, nou wisten we eindelijk hoe 't werkte (dachten we). Dus deden we ook nog mijn sokken die d'r eerst niet meer bijpasten d'r in. We bleven niet elke keer wachten totdat het programma klaar was.

Ondertussen werden we uitgenodigd door onze buren, die een partytent hadden, om daar droog te komen zitten. Ze waren ook wel best fietsmensen, maar wel autofietsmensen. Dat is echt iets voor de nieuwe dikke van Dale: ``autofietser: een persoon die wel ergens gaat fietsen, maar d'r niet heen fietst, in plaats daarvan neemt hij de fiets mee in de auto.'' De man was een keer 108 gegaan op de fiets, daar kon Bram niet tegen dat hij harder was gegaan. Terug bij de sokken: de deur ging niet open. Na vanalles geprobeerd te hebben ging het weer wel. Die wasmachine was echt onberekenbaar.

's Avonds aten we weer aardappels. Daarbij aten we erwtjes en boontjes. Die zaten in een blik. Aan mijn zakmes zat een blikopener. Die deed 't niet goed, want waar eigenlijk een scherp randje moest zitten was 't gewoon plat. Bram heeft met eens steen d'r net zolang op geslagen totdat er een scheur in zat die groot genoeg was voor de worteltjes. Mijn zakmes kon ik daarna weggooien, alles was verbogen. We gingen nog even in 't hok met de tv zitten, en daarna slapen.