Fietsvakantie verhaal Zwarte Woud

In het zwarte woud

Dag 6, 20 km van de camping op en neer naar Teufelsmühle(500 meter stijging)

Hehe, eindelijk een dag rust na al die dagen fietsen. Eerst hebben we even ons eigen ingeschreven op de camping, bij een vent die nogal sacherijnig was, maar volgens mij was ie dat altijd al. Daarna rustig ontbeten en douchemuntjes gekocht. Even gedouched, daarna het dorpje in gegaan om eten te kopen. In 't dorpje hebben we kaarten gekocht, en die meteen naar huis gestuurd. Bram had een helemaal zwarte kaart, waarom stond ``schwarzwald by night'' :).

Bij de Penny-markt hebben we heel veel eten gehaald, want we hadden toen we boodschappen gingen doen veel te veel honger. Alles leek ons wel lekker. We kochten een ingevroren pruimentaart, een watermeloen, 2 broden, waaronder een zachte met krenten, een paar pakken sap, en ook nog wat andere dingen. We wilden eigenlijk in 't park even gaan zitten en daar die pruimentaart op eten voor tussen de middag, daarna naar de camping lopen en aan de watermeloen beginnen, en dan tegen de avond, dus tegen de tijd dat we alles ophadden, de aardappels gaan bakken.

Het pakte iets anders uit. De pruimentaart moest 5 uur ontdooien, die was dus nog lang niet te eten. Iets anders eetbaars hadden we zo niet voor tussen de middag. We zouden wel gewoon bij de bakker wat lekkere broodjes halen waar geen beleg op moest en die dan onderweg opeten. Maar we hadden zoveel gekocht dat we 't niet allemaal zo mee konden nemen.

Ik moest terug de winkel in en 't enige wat ik moest kopen was een plastic tasje. Die vrouw achter de kassa die deed d'r 10 seconden over om d'r achter te komen dat 't enige wat ik nodig had dat plastic tasje was. Het tasje kostte 9 cent. Bij de bakkerij/conditorei kon je broodje en koffie kopen, ik had voor 2,95 twee grote koffiebroodjes en een kop koffie en 't was nog lekker ook.

We sjouwden weer terug naar de camping met onze volle tassen. Daar aangekomen begonnen we aan de watermeloen, en legden we de pruimentaart in de zon. De handdoeken werden uitgehangen zodat die konden drogen.

Tijdens het eten van de watermeloen, wat nogal wat tijd in beslag nam, hebben we even de ander mensen op de camping geanalyseerd. D'r was een vent die echt constant met een veel te grote smile rondliep, en die z'n broek veel te ver op had getrokken en z'n shirt in z'n broek had enzo. Die liep ook nog alsof ie constant naar het toilet moest, en hij keek alsof ie constant , nouja, bedenkt 't zelf maar. D'r was ook nog een stel, waarvan de man vast iets met computers deed en een veel te grote auto reed en z'n vrouw die deed 't alleen maar voor 't geld. Later lagen ze nog samen een boek te lezen voor de tent :S, nouja, vast een weekendje weg ofzo. De watermeloen was helemaal op, terwijl ie toch 4,5 kilo woog. Daarna zijn we aan de pruimentaart begonnen, maar die was niet zo lekker. Ik heb toch wel genoeg d'r van op om enig effect te merken.

De zon scheen al de hele dag, en we hadden verder niets te doen tot het avondeten. Eigenlijk zouden we deze dag helemaal niks gaan doen, maar we hadden toch weer zin om een stukje te gaan fietsen. Zonder bepakking deze keer. We zouden naar een uitkijktoren rijden, ene stukje verderop. Het lag 500 meter hoger dan de camping, wat toch al een heel stuk was.

Het fietsen zonder bepakking was weer eens heel wat anders. Je kon gewoon aanfietsen en meteen 20 rijden, zonder eerst helemaal op te hoeven trekken. Verder was 't sturen even wennen. Omdat je met 2 fietstassen en een slaapzak en een stuurtas voorop nogal zwaar moet sturen en veel kracht moet zetten kun je zonder al die bepakking bijna niet rechtuit rijden. Pas na 2 kilometer slingerde ik niet meer helemaal met m'n stuur op en neer.

Eerst moesten we een stuk bergop, op de top gingen we weer naar beneden, totdat we weer ongeveer net zo hoog uitkwamen als de camping. Vanaf daar begon de beklimming van de Teufelsmühle, die 890 meter hoog was. Het was d'r heel erg steil, en zelfs zonder bepakking ging het niet zo snel. D'r waren ook nog mensen die een nieuwe dure mountainbike hadden, maar die fietsten alleen naar beneden, omhoog lieten ze zich brengen met de auto.

Na een kilometer of 6 bergop waren we d'r. Het laatste stukje was echt extreem steil, 't kan best 20\% geweest zijn. Bovenop de berg kon je parasailen, en d'r was een uitkijktoren waar we op geklommen zijn. Je had een mooi uitzicht richting de rand van 't zwarte woud, waar 't opeens helemaal vlak was, en richting het midden, waar de bergen steeds hoger werden. De uitkijktoren was ongeveer 30 meter hoog. Tijdens het naar beneden lopen over de trap kreeg je een heel raar gevoel in je benen en knieën, door de steile beklimming. Het voelde alsof je benen helemaal slap waren.

De afdaling was deze keer het moeilijkst van allemaal. Het weggetje was niet echt breed, d'r konden denk ik net 2 auto's langs elkaar, als ze door de berm gingen. Het was heel steil. Op het eerste stukje, wat zo extreem steil was, zat ik binnen een paar seconden op 40 km/ uur. Daarna vol in de remmen voor een bocht. Je wilde daar ook niet echt uit de bocht vliegen. Er waren geen railings, en als je te ver doorschoof dan rolde je wel 40 meter naar beneden langs een schuine helling. De bochten waren vrij scherp, en ik moest vaak remmen, wat ik op andere afdalingen meestal helemaal niet deed. Van deze berg ben ik 't snelst afgegaan van allemaal, ik ging 68,2. Daarna begon ik te remmen, want ik verwachtte dat d'r wel een scherpere bocht aan zou komen na zo'n lang flauwe stuk. Gelukkig begon ik op tijd te remmen, want d'r kwam ook nog een scherpere bocht, die ik net haalde, ik kwam wel een beetje in 't grind langs de weg, maar ik was niet weggegleden. Als ik pas was begonnen met remmen nadat ik die bocht had gezien dan had ik 't nooit gehaald. Als je zo snel gaat dan rem je ook niet zo snel af. Helemaal onderaan in de laatste bocht ging ik veel te hard. Ik ging 50. Ik zou nog heel hard kunnen remmen en dan de bocht net halen, maar dan zou ik waarschijnlijk gewoon te hard remmen en onderuitschuiven. Ik remde maar gewoon een beetje en reed rechtdoor 't gras in. Toen ik omdraaide om te kijken of bram d'r al aankwam zag ik dat op dat gras, net langs de weg ook nog een wielrenner stond. Die keek wel raar denk ik, toen ik daar met 50 langs kwam slippen over 't gras.

Terug op de camping hebben we 't avondeten op, met daarbij een liter pudding. We hadden aardappels gebakken en 't pannetje was weer helemaal aangebakken. Na een kwartier schrobben was 't pas weer schoon genoeg.

's Avonds zijn we nog het dorpje ingegaan en daar een witbier gedronken. We waren eigenlijk van plan om de volgende dag verder te rijden,dan telkens een dag op een camping te staan en de volgende dag weer verder rijden. Zodat we een driehoek konden maken, en overal een keer rondrijden.