Fietsvakantie verhaal Zwarte Woud

Dag 7, 62 kilometer van Bad Herrenalb naar Herrenwies en op en neer naar 't natuurvriendenhuis

's Ochtends hebben we eerst nog even rustig aan gedaan. Alles weer op onze fietsen gemaakt. Daarna zijn we verder gereden, op naar de volgende camping. Die was ongeveer 30 kilometer verder. We moesten het stuk wat we de vorige dag zonder bepakking bergop hadden gereden, tot de voet van de Teufelsmühle nu met bepakking doen. Nu kon je goed merken dat het veel uitmaakte of je bepakking had. De route ging, na een stuk afdaling eerst steil omhoog, daarna volgde we een rivier stroomopwaarts, dus licht bergop.


Een uitzicht langs de route.


Even een foto om te bewijzen dat we hier allebei op de fiets heen zijn gegaan.

Het regende al de hele tijd, maar 't begon steeds harder te regenen. De weg naar de camping vinden was niet zo gemakkelijk. Het was niet meer echt gezellig om rond te fietsen. Toen we bij de camping aankwamen viel het nogal tegen. Het was een saaie camping, met alleen maar stacaravans. Verder was er ook niks te doen. We hebben even geschuild voor de regen, en op de kaart gekeken hoe we onze plannen aan konden passen, en of we nog naar een camping verderop zouden fietsen.

We besloten 't laatste te doen. We waren nou helemaal doorweekt en koud, en we moesten weer bergaf, naar beneden, en dan weer omhoog naar de andere camping, die ook nog 20 km verder was. Het was echt ijskoud om zo nat naar beneden te gaan met 40. Dat was de enige keer dat ik liever bergop dan bergaf was gegaan. We hebben d'r nog wel een mooie foto van de mist in de bergen gemaakt:


Na de regen trok de mist op uit het dal.

We hadden tussen de middag geen eten gehaald, want we waren nog niet door een dorpje gekomen. Helemaal bovenop de berg vlak voor de camping was d'r een souvenir winkeltje. Daar heb ik maar een snickers gekocht, want we hadden niks meer. Ze hadden d'r ook leukje tasjes, daar stond op ``mijn ouders zijn naar 't zwarte woud geweest en 't enige wat ze voor mij hebben meegebracht is deze “scheisse tasse''. Weer naar beneden kwamen we langs een stuwmeer.


Het stuwmeer vlak bij Herrenwies. Het was niet echt diep.

Het was door de regen en omdat we hoog in de bergen zaten heel erg mistig. Je kon niet verder kijken dan dat 't nacht was. Daarom was 't zoeken van de camping ook moeilijker. Het dorpje waar 't in lag was niet zo groot. Deze camping zag d'r wel wat leuker uit. Je kon verse broodje bestellen voor de volgende ochtend, wat we maar meteen gedaan hadden, want we hadden helemaal geen eten meer.

D'r was niet echt een receptie, alleen maar een huis waaraan dan alle toiletgebouwen en washok enzo vast zaten. Daar moest je dan aanbellen en dan kwam d'r een oud vrouwtje naar buiten. Ze zei dat we eerst maar de tent op moesten gaan zetten, want het zou zo wel weer gaan regenen, daarna moesten we in komen schrijven. Toen we teruggingen om in te schrijven zei ze dat dat nog niet hoefde als we maar voor 1 nacht bleven, maar we wisten nog niet hoe lang we zouden blijven.

Om toch nog wat te eten tussen de middag hebben we maar 't laatste opgemaakt wat we nog hadden, een zak met farfalle, da's een soort pasta. We hadden alleen geen saus meer. De vorig keer vond Bram de pasta al niet te eten, ik vond 't nog wel lekker, maar deze keer vonden we 't allebei niet te eten. We hadden 't brandertje buiten de tent onder de luifel gezet zodat het nog iets warmer werd in de tent. Toen de pasta klaar was hebben we de pan in de tent gezet en de pasta opgegeten, alleen niet helemaal, want het was eigenlijk niet te eten.

Ondertussen hebben we de andere campinggasten vanuit de tent geanalyseerd. D'r waren naast onze tent een familie met een camper met een extra tent d'r voor. Daar kwam allemaal foute muziek uit, van die backstreetboysdingen. Op een gegeven moment, voordat we de tent in gingen hoorden we opeens “eeh, die staat gewon in z'n korte broek, zou die 't niet koud hebben”. Verder hebben we die nog meer afgeluisterd, maar d'r was net zoveel te horen. D'r was daar ook nog iemand met een heel goed karakter, want die stond gewoon zonder regenjas in de regen de tent in te pakken. En die zag d'r uit zo van ik heb een goed karakter, maar toch niet zo'n lage g.

Voor 's avonds hadden we nog geen eten geregeld. We waren bij dat vrouwtje van de camping gaan vragen of we ergens in 't dorp konden eten. Dat kom wel, d'r was een restaurantje vlak bij de kerk. Verder was er niks . Het was dinsdag, dus we verwachtten niet dat het dan dicht zou zijn, wat dus wel zo was. Ook een skihut, waar je normaal wel een frietje of zoiets zou kunnen krijgen, die net buiten het dorpje lag, was dicht.

We waren eerst te voet, maar we gingen terug naar de camping om de fietsen te halen, en dan naar 't volgende dorpje te fietsen, waar we dan misschien wat zouden kunnen eten, want op de kaart was dat ook niet zo'n groot dorpje en 't zou dus kunnen dat je daar ook niks zou kunnen eten.

Toen we uit het dal, waar de camping in lag, waren gefietst keken we even op een routewijzer voor de fietsroutes. Daarop stond dat over 600 meter een eetding was. Dat bleek dus ook al op dinsdag dicht te zijn en nog erger, ook om 8 uur sloot de keuken. Tot nu toe al 3 dingen die op dinsdag dicht waren, en die om 8 uur dicht gingen.

Op het volgende bord stond een natuurvriendenhuis aangegeven, waar je ook iets zou kunnen eten, dat was op dinsdag open, want dat stond d'r bij. Maar 't was inmiddels al 5 voor 8, en het was nog een kilometer of anderhalf. Wij hebben keihard door die bossen gecrost om daar nog een beetje op tijd aan te komen.

Net voor 8 uur liepen we naar binnen. D'r zat nog een groepje mensen, dat daar logeerde, want d'r waren ook kamers, die waren gewoon wat aan 't drinken. Ik vroeg nog of we nog avondeten konden bestellen, en of ze nog eigenlijk wel open waren, 't kon allebei nog wel. Dus wij bestelden friet met schnitzel. Toen moest de frietpan nog aan en vanalles gemaakt. Ondertussen begonnen we aan een welverdiend witbiertje. De slades waren zo klaar, en we begonnen daar dus alvast aan. De mensen achter ons hoorden we zeggen van “die hebben nou nog snitzel besteld” alsof wij dat niet verstaan als ze in 't Duits “schnitzel” zeggen. De salade was al lekker, zeker omdat we honger hadden en omdat 't daar, in tegenstelling tot buiten en in de tent warm was. We kregen een flink bord friet met 2 schnitzels, die vent zei nog “hier zullen jullie niet verhongeren”. Toen we alles ophadden besloten we daar een pul te kopen van 't natuurvriendenhuis. Dan weten die mensen ook meteen dat we 't wel op prijs stelden dat we nog wat te eten hadden, en we hadden een pul, die we anders toch wel wilden kopen. Deze was tenminste ook een echte, niet zo'n met zo'n neppe zwartewoudschildering d'r op. De terugweg was echt geweldig. We hadden 't lekker warm en we hadden gegeten en het enige wat we moesten doen was op de fiets stappen en bergaf richting de camping rijden. Na een minuut of 10 kwamen we daar aan. We zijn, nadat we de pullen nog een keer goed hadden bekeken, meteen gaan slapen.