Hike verhaal Ardennen

Dag 2 : Maak een eigen route

We stonden op en keken nog eens op de 'kaarten' die ik uit had geprint. Het waren verkleinde stafkaarten die ik zwart-wit had uitgeprint op wat a4-tjes. Er was helemaal niks op te zien eigenlijk. Van sommige dorpjes kon je de naam lezen en een paar wegen waren te zien. Eigenlijk hadden we net zo goed geen kaarten kunnen meenemen. De oversteek van de rivier waar we de route op zouden kunnen pikken bleek vlakbij te zijn. Toen we net daar aankwamen zagen we een man en een vrouw die ook aan het hiken waren. We vroegen ze of we al op de GR55-route zaten. Ze hadden wel een goede kaart bij zich. Ze zeiden dat we al op de route zaten. Wij gingen er vanuit dat heel die route aangegeven stond met bordjes waar dan "gr55" op zou staan. Of minstens een ander soort bordjes.

We wachtten even en liepen toen achter de twee andere hikers aan. Bij de volgende kruising keken we goed wat voor soort bordjes er stonden. Er waren verschillende soorten pijlen. En van de pijlen wees in de richting van de route. Bij de volgende kruising liepen de mensen naar links. Bij die kruising waren helemaal geen pijlen. De route was dus niet uitgezet met pijlen, dus we moesten dan zelf maar proberen om een rondje te lopen door de Ardennen.

De hele middag liepen we door de bossen terwijl we een beetje op de zon navigeerden en bij probeerden te houden op de onleesbare kaart waar we waren. Dat lukte voor geen meter. Uiteindelijk kwamen we weer op een grote weg. Die volgden we een hele tijd. We wisten nog niet waar die weg op de kaar lag, en of die weg wel op de kaart lag. Toen de weg een bocht maakte besloten we om de bossen in te gaan en die helemaal door te lopen zodat we in het westen er weer uit zouden komen. Omdat we ook geen kompas hadden moesten we navigeren op de zon. Het was bewolkt, dus naast dat we niet wisten waar we waren en of de plaats waar we waren op de kaart stond wisten we ook niet welke kant we op gingen. Na een uurtje rondlopen in de bossen bleek dat het toch niet zo'n goed idee was. De weg waar we eerst op zaten vonden we wel weer terug.

De kaarten bekeken we nog een keer heel goed. We konden uiteindelijk bepalen op welke weg we zaten. De richting die we in hadden gelopen in de bossen bleek niet naar het westen maar naar het oosten te zijn. We vonden de goede zijweg die ons via een aantal kleine dorpjes weer in bewoond gebied zou krijgen. We liepen door een militair gebied waar een oefening aan de gang was. We hoorden continue schoten van allerlei verschillende wapens, alsof ze een militaire aanval aan het oefenen waren.

Mijn voeten waren en ondertussen al een stuk slechter aan toe. De blaren op mijn hakken waren kapotgegaan. Op allebei mijn grote tenen zaten blaren. Mijn kleine tenen hadden ook blaren aan de zijkant omdat de schoenen te krap waren. Verder kwamen twee teennagels boven tegen mijn schoen aan waardoor die zwart waren geworden. Bram had iets fijnere schoenen en iets minder blaren, maar zijn voeten waren er ook niet goed aan toe.

In een dorpje was een bakkertje. Het had de hele dag gemiezerd en geregend. We kochten een brood. Er waren in het dorpjes bushokjes die helemaal afgesloten waren. De kleine hutjes hadden een gewone deur en ramen. Daar konden we eindelijk droog en een beetje warm wat eten. De andere twee hikers die we de eerst dag waren tegengekomen zagen we ergens uit een bospaadje komen.

De nacht brachten we door in een dennenbosje vlakbij een dorpje. Het was er vlak en vrij warm. Deze keer had ik wel een klein beetje kunnen slapen.