Hike verhaal IJsland

Dag 19 : Who’ll stop the rain

Vannacht was ik om half 2 wakker geworden. Dan zou het hier het donkerste zijn, dus ik was er even uit geweest om te zien of er iets van het noorderlicht te bekennen was, het was echter bijna net zo licht als om 12 uur ’s middags. Ook had het net als gisteren hard geregend. Het verschil was dat het dat nu ’s ochtends ook nog deed. In m’n slaapzak was het droog en een stuk warmer maar op zulke moment moet je even doorbijten. Ik had weinig keus dan er uit gaan en doorlopen.

De tent inpakken was niet echt fijn, door het oprollen zat ie nou ook van binnen en buiten onder de modder. Het lopen in de regen vond ik niet echt erg. Ik kwam niet veel mensen tegen zoals ik op dit stuk al verwacht had, wel had ik last van dezelfde spier als gisteren avond, maar dan bij de andere voet.


De weg met rechts mijn slaapplek en verder veel mist


Iets later kwam ik door allerlei graslanden

Het was wel mooi om weer zo alleen te zijn. ‘S middags stopte er nog een auto met een man en vrouw. Die vroegen hoe het ging en of ik een lift wou, ik vertelde wat ik gedaan had en zei dat ik wou lopen. Ze vertelde dat ze vorig jaar in Israel waren weesten hiken, ik zei dat het weer daar waarschijnlijk wel beter was. Daarna vertelde ze dat ze gelovig waren en wenste ze me veel succes met het lopen dor het land dat door god gemaakt was. Ook zei dat god altijd bij me was op m’n reis hier.

Ik ben zelf niet echt gelovig maar als een vreemde dat zo in the middle of nowhere vol overtuiging tegen je zegt is dat toch wel apart. Ik wou niet bevestigen of ontkennen dat ik het met haar eens was dus ik zei dat dit inderdaad een heel speciale plek was. En dat meende ik ook echt. Het simpele eten, het constant buiten zijn, het zware lopen en de eenzaamheid zorgen ervoor dat het gewoon heel “echt” is. Simpeler en vrijer als dit kun je haast niet leven.

Thuis vroegen heel veel mensen wat er leuk aan was om alleen op zon zware “vakantie” te gaan. Het antwoord daarop is dat het niet per se leuk is. Ik ben dit gaan doen omdat ik even uit het ritme van het leven thuis wilde, niet omdat dat me niet bevalt maar omdat de tijd anders veelte snel voorbij gaat. Ook wilde ik proberen om een soort expeditie te plannen en uit te voeren om te zien of me dat zou lukken. En als laatste wilde ik een keer langere tijd alleen door een afgelegen stuk natuur reizen om te zien wat dat met me deed en hoe dat voelde.

Er was in de 19e eeuw een Amerikaanse man die als experiment 2 jaar alleen in een hutje in de bossen gingen wonen. Ik moest wel regelmatig aan zijn motivatie daarvoor denken:

“I went to the woods because I wished to live deliberately, to front only the essential facts of life, and see if I could not learn what it had to teach, and not, when I came to die, discover that I had not lived. I did not wish to live what was not life, living is so dear; nor did I wish to practice resignation, unless it was quite necessary. I wanted to live deep and suck out all the marrow of life, to live so sturdily and Spartan-like as to put to rout all that was not life, to cut a broad swath and shave close, to drive life into a corner, and reduce it to its lowest terms, and, if it proved to be mean, why then to get the whole and genuine meanness of it, and publish its meanness to the world; or if it were sublime, to know it by experience, and be able to give a true account of it in my next excursion." Hendry David Thoreau

Alleen reizen is ook echt een speciaal iets. Als er iets mis gaat kun je alleen jezelf de schuld geven en zul je het zelf op moeten lossen. En zelfs als er iets goed gaat of iets moois gebeurd kun je er met niemand van genieten. Van de andere kant kun je extra trots zijn omdat je dat gene alleen hebt bereikt. Ook voelt het heel speciaal om dan de enige te zijn die dat gene gezien of meegemaakt heeft.

Net als dat je wanneer je met iemand samen reist je goed met die ander op moet kunnen schieten moet je als je alleen reist goed met jezelf op kunnen schieten. Door de hele dag weg van de maatschappij en interacties met andere mensen te zijn kom je er ook pas echt achter hoe en wie je bent.

Na de Zwitsers liep ik weer verder. Er waren hier opvallend veel Zwitsers. Uiteindelijk kwam ik over een grote dam en toen op de Kjolur route. Het eerste wat ik dacht was 46. Dat was volgens de kaart het aantal kilometer vanaf daar tot de busstop. Volgens een verkeersbord was het nog 48. Nouja, beter 2km dan het 28km verschil van gisteren.


De dam


Schapen


Het meer

Ik had op internet 2 filmpjes gezien van mensen die in IJsland waren gaan hiken. Dat was gefilmd alsof ze 3 weken lang niemand gezien hadden maar eigenlijk waren het ook geen echte diehards. De ene had over de grote(re) weg gelopen die ik van de 12 tot de 2e camping had gevolgd, en daar kwam zeker ieder uur een auto. De andere had over de Kjolur route gelopen, dat bleek een 2 baans gravelweg waar zeker iedere 20 min een auto overheen kwam.

Na 4km over de weg ging ik m’n tent opzetten langs het meer. Dat was nog een hele uitdaging; het regende, waaide, de tent zat helemaal onder de modder en de haringen gingen niet de grond in. Uiteindelijk was het toch nog gelukt en waren m’n spullen nog enigszins droog en schoon binnen gekomen.

Het heeft letterlijk de hele dag geregend en dat doet het nu nog steeds, ook heb ik nog last van m’n voet. Hopelijk heb ik er morgen niet al te veel last van en schijnt de zon. Het is nog zo’n 44 kilometer tot de bus en ik wil er morgen zeker 30 lopen. Voor ik ging slapen luisterde ik nog even muziek, het meest toepasselijk nummer was natuurlijk “Who’ll stop the rain” van CCR.

N 65°12’19,0”
W 019°44’03,5”

31km