Hike verhaal schotland

Dag 2: Eerste wandeldag

Rond half 8 stonden we al op.


Nic.


Het kamp.

Eerst gingen we langs de supermarkt, om ontbijt te halen. Daarna kochten we drie kleine gasflesjes, zodat we genoeg hadden om avondeten en koffie te maken. In de winkels liep je vaak bijna tegen andere mensen aan. Omdat iedereen links loopt en rijdt week ik elke keer precies de verkeerde kant op uit als er iemand aan kwam.

We wandelden terug naar de plaats waar we gekampeerd hadden buiten het dropje, en daarna verder langs die weg. In de verte konden we de besneeuwde bergen al zien liggen. In de kleren die ik op dat moment aan had had ik het al niet zo warm. Ik vroeg me af hoe koud het zou zijn als we daar boven in die sneeuw zouden zitten en het zou gaan regenen. Vanaf Aviemore liepen we eerst een kilometer of vijf lang een verharde weg. Daarna kwamen we op een gravelpad, het natuurgebied in.


Op pad.

We liepen langs een brede stroom, tussen de bomen. Er waren een paar smalle bruggen voor voetgangers, om de rivier over te steken. Bij een viersprong rustten we uit, nadat we al anderhalf uur gelopen hadden. Er stond een bak met stokken, met daaraan schepnetten van kippengaas, en ook stokken met een plak rubber er aan. We hadden geen idee waar die voor waren. Nic voelde nu al een blaar opkomen.


Hier groeiden nog bomen.

De route ging nu een stuk bergop, en het pad werd een stuk smaller. Hier kwamen we regelmatig andere wandelaars tegen. Een uurtje later kwamen we uit het bos, in een breed dal. Het miezerde een beetje en het was niet zo warm. Bij een stroompje stopten we weer even.


José en Bart.

Bram had een goede route gepland, die ik al gezien had. Verbazingwekkend genoeg had ik bij het zien van de route het idee dat hij redelijk te halen was in de tijd die we hadden. Volgens Bram moesten we een stukje verder van het pad af, en dan om de eerstvolgende piek heen naar boven klimmen.


Linksaf gingen we de berg op.

Naast het pad wandelen ging een stuk moeilijker. De struiken waren ongeveer 30 centimeter hoog. We moesten ook veel steiler klimmen dan over het pad. Er waren ook stukken met losse rotsblokken, waar je eerst goed moest kijken of ze vast lagen voordat je er overheen kon stappen. Na een half uur ploeteren stopten we, en ging Bram weer eens op de kaart kijken.


Bram's route.







Toen kwam Bram er achter dat de schaal van de kaart die we bij hadden wel heel groot was, dus dat we al veel verder waren dan hij had verwacht. We moesten om een eerdere berg heen, waar we al lang voorbij waren. En er lag eigenlijk wel een pad omhoog, wat we in het dal konden zien liggen.

We klommen schuin omhoog terug over de berg, om zo het pad wat omhoog lag iets voor de top te bereiken. Nic had het moelijk met de losse rotsen, want hij had last van zijn enkels. Eenmaal op het pad ging het nog steeds langzaam, want het liep recht de berg op, en omdat het zo rotsachtig was kon je soms niet eens zien wat het pad was. Het duurde meer dan een uur, met heel veel pauzes tussendoor, om de top van de berg te bereiken. Bram zei elke keer dat we er 'more or less' al waren. (de originele route liep niet via de top, maar nu we er toch zo dicht bij waren..).


Even rusten in de zon.




Vanaf hier was het "niet meer ver" volgens Bram, om een meertje te bereiken. Dat meertje zou achter de bergrug liggen die vanaf de top te zien was. Die bergrug lag ongeveer op dezelfde hoogte als de top, en we hoefden niet veel af te dalen tussendoor. Bij dat meertje zouden we goed kunnen kamperen, omdat dat lager lag. Dan was het niet zo koud 's nachts.





Het gras lag goed.


Zo goed dat je hier kon slapen.

Ondertussen was het al wel vier uur 's middags. We begonnen eerst te dalen, en daarna weer te klimmen tot de bergrug. Daar weer boven komen duurde natuurlijk veel langer dan verwacht. Eenmaal boven was er nergens een meer te zien. Wij geloofde al niet meer dat er ergens echt een meer lag, en dachten dat Bram het gewoon had verzonnen.





Twee weken eerder had het nog veel gesneeuwd.




De zon begon ondertussen al onder te gaan, terwijl we liepen over een hoogvlakte van sneeuw, met uitzicht op de Ben Macdui. De Ben Macdui is de hoogste berg in het Cairngorms National Park, en de tweede hoogste berg in het Verenigd Koningkrijk na de Ben Nevis. Het werd snel kouder. We zouden vandaag het meer niet meer gaan halen, omdat we dan nog te ver moesten lopen. Er zat niets anders op dan onze tenten op de hoogvlakte op te zetten.


Bram had 's avonds al een foto van het beloofde meer gemaakt.

We zetten zo snel als we konden onze tenten op, en trokken alle kleren aan die we hadden. Het zou maar -3 graden worden volgens de voorspellingen, maar er stond een harde en ijkoude noorderwind. Normaal stond de wind ook anders, want ik had gezien dat planten en gras in een andere richting lagen dan dat de wind stond.

Bram en ik hadden allebei een brandertje. Ze gingen niet meteen aan, omdat het gas te koud was. Daarna konden we toch koken. We aten gevriesdroogde survivalmaaltijden, die heel goed smaakten. Het was pas 7 uur 's avonds toen we in onze tent kropen. Na nog een kort stukje mondharmonica spelen gingen we (proberen te) slapen.


De winderige vlakte.

Mijn tent bleek niet echt geschikt om bij windkracht 5 op een ijsvlakte te kamperen. De binnentent was niet van doek, maar van gaas, waardoor het goed doorwaaide. Met twee broeken, drie jassen, twee capuchons en een muts op had ik het niet ijskoud, maar ook niet warm genoeg om te kunnen slapen die nacht. Opeens hoorden we "BRaaaAAAAp", het klonk net als een kikker. Nic doopte het meteen de "icefrog".