Hike verhaal schotland

Dag 3: Het meer

's Ochtends had ik helemaal geen zin om mijn tent uit te komen. Alles was mistig en bevroren. De noorderwind was iets minder dan 's avonds. Ik ging water halen bij een stroompje iets verderop. Dat was half dichtgevroren sinds de vorige avond. Tijdens het water halen zag ik de 'icefrog', het bleek een vogel te zijn die dat rare geluid maakte.


's Ochtends zat overal een laagje ijs op.

Na een ontbijt van droge muesli begonnen we met het inpakken van de spullen. Nic vroeg hoe laat we vertrokken. We zeiden 'over tien minuten'. Tien minuten later stond iedereen in de vrieskou, aangekleed en klaar om te vertrekken. Nic vroeg 'zijn jullie al uit jullie slaapzak'. Hij lag er zelf nog in.

Even later konden we vertrekken. Bram had de vorige avond een stukje doorgelopen, om te controleren of we wel echt in de buurt van het meer waren. Vanaf de hoogvlakte liep een waterval naar beneden tot het meer. Langs die waterval was het veel te steil om naar beneden te gaan. We gingen linksaf, omhoog door de sneeuw. Daarna moesten we een stuk over een harde sneeuwvlakte naar beneden. Bram en ik gingen zitten en gleden van de helling naar beneden. Nic bleef boven staan. Hij rolde zijn slaapmatje uit, en even later vloog hij met zijn hoofd naar beneden op zijn matje van helling af. Helaas had ik het niet opgenomen.

Na de afdaling was het weer een stuk klimmen. Daarna daalden we via een heel steil 'pad' met veel losse stenen langs een bergwand af naar beneden, waar inderdaad een meer lag. De waterval die van de hoogvlakte kwam waar we die nacht geslapen hadden werd een riviertje wat in het meer liep.





Voor de afdaling naar het meer.


Uitzicht op het dal van het meer.

Wij moesten het riviertje oversteken, maar het stroomde heel hard. Na een half uur zoeken hadden we de beste plaats gevonden om over te steken. We moesten drie keer een halve meter over een stroompje springen. Het lukte iedereen er zonder nat te worden overheen te komen.

Aan de andere kant van het riviertje klommen we weer het dal van het meer uit. Onder bij het meer was het al minder ijskoud dan 's ochtends. Het pad naar boven was weer heel smal. Bijna bovenaan hield het pad op en was er alleen een shuine helling met sneeuw. Bram zei dat we 'more or less' boven waren als we daar op waren. Volgens mij zei hij het alleen maar om de anderen te motiveren, want ik wist zeker dat het hoogste punt wat je zag nog niet het hoogste punt van de beklimming was.


José


Bram en Bart.







Boven aan de helling was een moerassige hoogvlakte. Bij één heel drassig riviertje zakte Bram tot over zijn enkels in de sponsachtige planten. José liep achter hem aan, en haalde twee natte sokken. Ik had daar geen zin in, dus ik was een stuk omgelopen.

Na deze beklimming zouden we in een 'vallei' komen, volgens Bram. De anderen geloofden er helemaal niet meer in. Daar zou het dan ook 'more or less' vlak zijn. Ik zei tegen José dat ik morgen ging tellen hoe vaak Bram 'more or less' zei. Daarna had hij het de hele vakantie niet mee gezegd.




Nadat we waren afgedaald in de vallei, die ook echt een vallei bleek te zijn, kwamen we onderaan een stroompje bij een schuilhut. Het waaide nog steeds koud. In de afdaling hadden we moeten wachten op Nic, want die kreeg steeds meer last van zijn enkels.


De schuilhut.

In het schuilhutje gingen we zitten eten. Er hingen wat gedichten, wat Nic inspireerde om ook een gedicht te maken. Het ging over de 'icefrog'. [hier komt gedicht van de icefrog]. Voordat we verder konden lopen moest Nic nog even iets poederen. Dat was schijnbaar in de VS heel normaal om te poederen. Je moest dan ook tegelijkertijd 'wachaa' roepen, anders werkte het niet goed.

Toen we uit de schuilhut kwamen bleek het buiten opgewamd te zijn, en konden we onze jas uitdoen. De rest van de dag liepen we door de vallei, die echt vlak was. Het was een pad langs een rivier, en kwamen veel andere wandelaars tegen. Na meer dan een uur wandelen hielden we weer pauze, en lagen we lekker een tijdje in de zon. Die ochtend was het nog -5, met ijskoude noorderwind, maar nu was het heet in de zon.


Langs de rivier.

Het pad langs de rivier eindigde bij een huisje, waar de reddingsdienst in zat. Daar bestudeerden we de kaart nog eens. We konden een stuk omlopen, of de originele route lopen. Aangezien Nic steeds meer last van zijn voeten en enkels begon te krijgen besloten we maar niet extra om te lopen. Zo wisten we zeker dat we weer op tijd terug in Aviemore waren om de trein te halen, twee dagen later.

We draaiden rechtsaf, en volgden eerst een breed pad langs de rivier. Dat werd steeds smaller, en uiteindelijk moesten we de rivier oversteken. Er was wel een oversteekplaats, maar daar kon je alleen over als je je schoenen uit deed. 300 meter verderop zou een brug liggen. Via een smal 'pad' langs de oever van de rivier bereikten we de brug.

Eenmaal over de brug moest Nic ernstig naar de wc. Die was er natuurlijk geen, dus ging hij een stuk verderop achter een dennenboompje zitten. Helaas voor ons was dat denneboompje niet groot genoeg, en zat hij niet ver genoeg weg. Gelukkig voor hem was hij wel net op tijd klaar, precies toen hij achter het boompje uit kwam kwamen er twee andere wandelaars aan. Die mochten van geluk spreken dat ze niet voor het leven getekend waren door het aanzicht.

Omdat we maar vier dagen gingen lopen, en iedereen wel goed moe moest zijn volgens Bram, en omdat we anders misschien niet op tijd terug zouden zijn om de trein te halen, liepen we nog een uur extra door. Een uur eerder had Bram al gezegd dat we nog maar drie kwartier zouden lopen, maar als hij meteen al had gezegd dat het nog twee uur was hadden de andere er helemaal geen zin meer in gehad.


Kampeerplaats van deze avond.

Rond een uur of 7 vonden we een mooie kampeerplaats uit het zicht, en langs een riviertje. De grond was wel een beetje moerassig. We kookten weer survival maaltijden op de brandertjes, die nu een stuk beter lukte omdat we niet ondertussen zelf aan het bevriezen waren.