Hike verhaal schotland

Dag 4: Off-road

Deze ochtend was het een stuk minder koud dan die daarvoor. Na een lekker ontbijt van droge muesli begonnen we aan de tocht van vandaag. Het zou eerst een stuk vlak zijn, daarna een niet zo'n steile klim, en daarna heel steil afdalen. In principe 'more or less' het zelfde als de vorige dag, maar dan omgekeerd.


Deze rivier gingen we over via een bruggetje.

Het eerste stuk van de route ging nog over een pad. We maakten een omweg langs de rivier om bij een brug te komen. Het was rond 9 uur, en we hadden al een uur gelopen. Bij de brug waren twee tentjes met wandelaars die nog aan het ontbijten waren. Bram zei dat hij normaal zelf ook altijd rond 9 uur pas vertrok als hij ging hiken. Maar vandaag hadden we geen tijd om langzaamaan te doen, we moesten zo ver mogelijk komen om nog de trein te halen. Tot aan de brug ging het wel met Nic, alhoewel we af en toe moesten wachten. Na de brug volgden we een rivierstroompje door een vallei omhoog. De valei stond vol met graspollen en moerassige plassen. Nic kreeg steeds meer last van zijn enkels. Toen vertelde hij uiteindelijk dat hij jaren geleden aan allebei zijn enkels en aan zijn knie geopereerd was, en dat hij er nou daarom zoveel last van had. Dat wist Bram niet, anders had hij misschien een iets makkelijkere route gepland. Voor nu zat er niet veel anders op dan rustig aan doorwandelen.

Bij een bocht in de rivier maakten we een groepsfoto.




Het was nu, volgens Bram, nog een kilometer of vijf vlak, daarna twee kilometer klimmen, dan twee kilometer over een hoogvlakte, en dan één kilometer afdalen ('more or less'). Dat leek helemaal niet veel, want het was pas tien uur 's ochtends. Helaas ging het voor Nic steeds zwaarder, en hij had vooral moeite met als het omhoog ging, omlaag ging, of als de ondergrond niet vlak was. De hele dag was het wel één van die drie dingen, en meestal twee tegelijk.


De vallei zonder pad.

De route van deze dag vond ik wel de mooiste.


Klimmen uit de vallei.

Eerst kwamen we door een dal zonder paden er in, waar we ook helemaal geen andere wandelaars zagen. Daarna klommen we een paar kilometer geleidelijk omhoog langs een riviertje met een hele hoop kleine watervallen er in. Op een plek zaten veel kikkers, de echte icefrogs. José was perongeluk op een kikker gaan staan, en hij voelde zich schuldig. Er was ook een poel met kikkervisjes. Het water van de rivier die naar beneden kwam was ijskoud en heel helder. Het was heel lekker drinkwater.


De natte hoogvlakte.










Na de beloofde kilometers 'vlak' en klimmen waren we op de 'hoogvlakte'. Het was geen hoogvlakte, maar wel heuvels die hoog in de bergen lagen. Hele stukken waren nog besneeuwd. De hele dag namen we genoeg pauzes, zodat Nic het vol kon houden. Hij had ook overal op zijn voeten blaren, maar hij gaf tenminste niet op. Vanaf dat we de vallei ingelopen waren hadden we gemiddeld minder dan een kilometer per uur gelopen. Hopelijk kwamen we nog wel voor het donker van de hoogvlakte af, want het zou daar 's nachts weer gaan vriezen.


Boven aan de rand van de klif.










Op de hoogvlakte moesten we wat riviertjes oversteken. Ook een riviertje waar sneeuw overheen lag, zodat je voorzichtig over de dikke laag sneeuw moest lopen, en hopen dat er geen gat in zat.




Toen we heel de hoogvlakte overgestoken waren kwamen we bij een soort klif, waar we moesten afdalen. Er liep weer een riviertje vanaf, dat bedenkt was met sneeuw. We klommen helemaal omhoog, om op het hoogste punt de sneeuw over te steken. Als je lager zou oversteken en beginnen met glijden ging je viel een waterval ongeveer 100 meter naar beneden. Hoger over de sneeuw wat het wel veilig.

We waren nu op een kale rotsvlakte, met uitzicht over een vallei die helemaal tot aan Aviemore liep. In de verte zag je het nog net liggen. Om in de vallei te komen, waar onderin een groot meer was, moesten we langs een steile klif een meter of honderd naar beneden. Bovenop de rotsvlakte waaide het ijskoud. We trokken allemaal een extra jas aan.

De route die op de kaart stond liep schuin langs de klif naar beneden. Omdat overal rotsen waren kon je het pad bijna niet onderscheiden. Je zag het ook pas liggen als je aan de rand van de klif stond. Het leek ons een te gevaarlijke route, dus zochten we een andere.

Terug bij het riviertje met de dikke laag sneeuw, waar we een tijdje geleden waren overgestoken konden we langs de waterval een stuk naar beneden klimmen. Daarna eindigde het pad en ging over in een heel steile sneeuwvlakte. Er ging een paadje horizontaal over de sneeuwvlakte langs de klif, maar ook één recht naar beneden, wat veel korter was. Bram en ik klauterden voorzichtig langs de rotsen op de helling tot we bij de sneeuw waren. Nu alleen nog recht naar beneden.

Ik wilde rustig over de sneeuw naar beneden lopen. Eerst lukte het, daarna gleed ik weg. Even later gleed ik op mijn rug door de sneeuw. Dat ging een paar seconden goed. Ondertussen ging ik al harder dan dat ik zou kunnen rennen. Mijn hak bleef steken in de sneeuw en ik werd met rugzak en al gelanceerd in de lucht. Na een halve draai om mijn as kwam ik gelukkig weer op mijn rug terecht. Ik gleed nog een tijdje door, en daarna was ik beneden. Het was goed afgelopen.

Nu moesten de anderen nog. Na mij kwam Nic, die ook begon met lopen. Hij gleed ook al snel weg, en ging steeds harder. Sneeuw stoof alle kanten op, en zijn armen zwierden rond terwijl hij in een stuivende sneeuwwolk de berg af gerold kwam. Iedereen hoopte dat hij het zou overleven. Eenmaal onder aan de sneeuwhelling kwam hij gelukkig tot stilstand, samen met een schuivende lading sneeuw. "Woow, I totally ate it" zei hij, terwijl hij wat sneeuw uitspuugde en uit zijn oren klopte. Bram en José lukte het wel om ordelijk de helling af te glijden.

De eindbestemming van vandaag was al in zicht. Bij het meer, een stukje lager in het dal, zouden we kamperen. Het tempo van vandaag was echt langzaam geweest, maar we hadden het gelukkig gered voor het donker van de koude berghelling af te zijn.




Er liep hier geen pad meer, dus moesten we door de struiken, die ongeveer tot knie-hoogte kwamen. Het was nog spannend sommige stukken, bij het oversteken van de watervallen die we nog tegenkwamen. Hier was het heel erg moerassig, het leek wel of je constant door een riviertje van tien centimeter diep liep. Op de helling kon je Aviemore zien liggen, en hadden we ook sinds de eerste dag van het hiken weer bereik op onze telefoon. Dus konden we iedereen thuis laten weten dat we het allemaal overleefd hadden.

Nic was ondertussen helemaal kapot, hij kwam amper meer vooruit. Het was nog licht toen we in onze tent gingen liggen.


Kamperen langs het meer.