Hike verhaal Zwarte Woud

Dag 2 : Schauinsland


We werden wakker bovenop de berg. Nadat we een beetje warm aangekleed waren en ons ontbijt van 10 koekjes ophadden gingen we de route weer opzoeken. Deze keer waren we alweer niet ontdekt tijdens het wildkamperen. De route ging een stukje door de bossen. Daar kwamen we de eerste echte sneeuw tegen waar we doorheen moesten lopen. Bram kreeg al meteen weer de beelden van de vorige hike van hem voor zich en daar was hij niet blij mee.

Bij een stroompje wilden we wat warme soep maken. Het water uit het stroompje was koud en helder. Bram had Esbit blokjes meegenomen. Dat zijn een soort aanmaakblokjes die een paar minuten branden. Het eerste blokje wat we probeerden aan te steken kwam van Stefan af. Die had de blokjes 25 jaar geleden voor het leger gebruikt. De eerste lucifer die we aan probeerden te steken ging uit. De tweede ook. De derde lucifer ging wel aan. Bram hield hem langs heb blokje, maar dat begon niet te branden. Nadat we nog een lucifer er langs hadden gehouden en het nog steeds niet brandde kwam ik op het idee om er benzine uit het brandertje overheen te gieten. Zelfs nadat we dat gedaan hadden wilde het blokje niet branden. Van het papier van de hardkecks maakten we een hoopje en staken dat aan. Het blokje lag er middenin, toch wilde het niet branden. Uiteindelijk kwamen we er wel achter waar het aan zou kunnen liggen. De blokjes waren al 25 jaar oud en op het pakje stond dat ze een jaar houdbaar waren.

Gelukkig waren dat niet de enige Esbitblokjes die we bij ons hadden. Anders hadden we nog met het brandertje de Esbitblokjes aan moeten steken. De nieuwe Esbitblokjes die Bram dit jaar had gekocht gingen wel meteen aan. Na een paar minuten hadden we dan eindelijk warme soep.


Bram bij het Esbit-brandertje


Bart bij het Esbit-brandertje

Een half uur hadden we er over gedaan om een kopje soep te maken. We hadden tijd genoeg, dus dat was niet zo erg. Net buiten de bossen maakten we deze foto's:


Vlakbij Eckhof


Even op de kaart kijken welke route we moeten volgen





Als de zon scheen en je moest bergop lopen had je het niet koud.

De route ging nog een stukje over gewone weggetjes. De 'Schauinsland' berg kregen we al snel in zicht. Daar lag een dikke laag sneeuw op. Het werd tijd om de gore-tex broek aan te trekken. Daar hebben we wel veel aan gehad. Zonder een waterdichte broek kun je niet door de sneeuw lopen want een spijkerbroek wordt nat en bevriest en dan ben je binnen een uur bevroren. De meeste mensen keken alleen wel raar naar ons of liepen met een boog om ons heen omdat we allebei een camouflagebroek aan hadden. Bram had ook nog een groene jas en een groene zak om zijn rugzak. Ik had een groene pet en handschoenen in camouflagekleuren. Het leek ons maar beter om niet ineens heel hard iets te gaan roepen zoals "twee bier" of "gelukkig kerstfeest" want dan had je wel kans dat die mensen naar de grond zouden duiken.

Deze foto's zijn allemaal gemaakt van een uitkijktoren bovenop de Schauinsland:


De Grand Ballon, waar we in de meivakantie over waren gefietst voor de 100 cols tocht. Vorig jaar was Bram daar ook overheen gelopen met zijn hike. Hij lag op een afstand van ongeveer 60 kilometer.


Dorpje bij de Schauinsland


De Feldberg, de volgende dag liepen we via de linkerkant van het dal tot de top.


Foto van de uitkijktoren recht naar beneden naar onze bepakking


Het zonne-observatorium op de Schauinsland







Vanaf de Schauinsland liep er geen wandelroute rechtstreeks naar de Feldberg. We moesten zelf via andere routes proberen om op de route naar de top van de Feldberg te komen. Toen we vanaf een paadje naar de grote weg wilden lopen via de sneeuw zakten we tot boven onze knieŽn weg. Ik kreeg ook een beetje sneeuw in mijn schoenen. Gelukkig had ik er geen blaren van gekregen. Bram had al na de eerste dag blaren door de nieuwe inlegzooltjes is zijn schoenen.

We liepen langs het zonneobservatoirum af en moesten daarna een sneeuwveld oversteken. Het was zwaar lopen daar, met een rugzak van 15 kg. Het zwaarste was dat de bovenste laag van de sneeuw bevroren was en het onderste deel niet. Elke keer als je heel je gewicht op een voet had gezet dan zakte je nog een keer helemaal in de sneeuw. Aan het andere kant van het sneeuwveldje konden we de route niet meer vinden. We gingen het bos in, in de richting van de Feldberg.

Overal in het bos lag een laag sneeuw die tot je knieŽn kwam. Het was ook zachte sneeuw, zodat je er bij elke stap helemaal inzakte. We liepen maar een beetje over het pad zonder dat we wisten waar we precies waren op de kaart en waar het pad heenging. Bij een stroompje dronken we nog wat water en rustten we uit. Onze gaiters hadden we ook aangetrokken. Dat zijn een soort overschoenen om de sneeuw buiten te houden. Toen we weer bij een kruising kwamen met borden wisten we echt niet meer waar we zaten en welke kant we op moesten. We konden daar drie kanten op: de ene was terug richting de Schauinsland, de andere was bergop naar het noorden van de Feldberg af, de derde was ook naar het noorden maar die ging bergaf. De Feldberg konden we wel zien liggen vanaf de kruising. Als we daar recht op af wilden lopen moesten we gewoon recht naar beneden lopen van de berg af. Omdat dat het kortste was, en de enige manier dat je zeker wisten dat we ooit nog aan de beklimming van de Feldberg zouden kunnen beginnen, deden we dat maar.

Het afdalen ging best goed. Het was wel glad met een dikke laag bladeren met daarop nog sneeuw. Bram kwam op het idee om gewoon te gaan zitten en naar beneden te glijden. Dat was wel een goed idee. Het was zo glad daar dat we met 20 km/u naar beneden gleden. Er lag alleen wel een grote steen in de weg waar ik overheen ging glijden, en omdat me dat wel pijnlijk leek ging ik staan. Dat was ook geen goed idee want ik ging nog steeds 20 en nou was ik van de berg af aan het rennen zonder dat ik kon stoppen. Na een stukje rennen waarbij ik nog net kon blijven staan kon ik weer gaan zitten en afremmen.

In het dal waar we naar af aan het dalen waren zou een weg liggen. We hoorden of zagen er de hele tijd niks van. Als die weg er niet was zouden we helemaal niet meer weten waar we waren. Toen we helemaal beneden waren zagen we hem pas. We zaten nu wel op de route naar de top van de Feldberg. Over een smal paadje liepen we richting het dal van de Feldberg. Op het brandertje gingen we wat warme soep maken. We hadden allerlei zakjes bij ons om ťťn kop soep mee te maken, maar niet veel dezelfde. We hadden wel een hele pan heet water. Het werd uiteindelijk tomaten-kippen-chocolade-soep. Die was best lekker, vooral omdat er niet te veel chocoladepoeder in zat en je de kip toch niet proefde.

's Avonds gingen we maar ergens in het bos langs het wandelpad liggen. Er kwam daar toch niemand. Zeker niet voordat we daar vertrokken waren. De warme soep smaakte nog goed.


Route dag 2