Hike verhaal Zwarte Woud

Dag 5 : Roskopf


De nacht had weer een hele tijd geduurd tot dat die over was. Om een uur of 8 werd het eindelijk licht en tijd om op te staan. Buiten was het -3. Ik kleedde me zo snel mogelijk aan. Het onderste stuk van mijn spijkerbroek wat nat was was helemaal bevroren. Nadat ik dat in de goede vorm had gebogen kon ik ook mijn broek aantrekken. Bram wou zich ook gaan aankleden. Hij had alleen een klein probleempje. Zijn schoenen waren bevroren. Ze waren niet gewoon een beetje koud, maar zo hard als steen. Het waren ook hoge schoenen, en ze hadden platgelegen, dus die kon je niet toch gewoon aandoen. Bram begon met het uitdeuken van zijn schoenen terwijl ik heb brandertje aan wou maken om Bram z'n schoenen te kunnen ontdooien en om warm drinken te maken. Het brandertje ging niet aan omdat er waarschijnlijk water was gecondenseerd in de leidingen, of omdat het te koud was voor de benzine om te verdampen. Dus het brandertje heb ik maar opgegeven.

Bram was nog wel een uur bezig met het beeldhouwen van z'n schoenen, dus ging ik maar met Esbitblokjes dennennaaldenthee zetten. Het waaide zo hard dat ik pas na een half pakje lucifers het blokje aan kon steken. Omdat het zo koud was en omdat het water wat ik had gebruikt voor die thee bijna bevroren was had ik lauwe thee. Dat was nog altijd beter dan ijskoud water.

Na een uur had Bram z'n schoenen weer in de vorm van z'n voeten kunnen duwen en konden we aanlopen. Eigenlijk was dat wel goed. Volgens Bram's theorie had je alleen maar een keer echt geluk als je eerst veel pech hebt. Veel pech had hij al gehad, nu moest alleen nog het geluk komen. We liepen nog een keer verkeerd doordat we een route volgden die niet op de kaart stond. Uiteindelijk vonden we na tien kilometer niet de goede route te hebben gevolgd wel weer de route die we wilden hebben terug. Er waren op dit stuk wel veel mensen aan het wandelen. Het was er vlak en er lag geen sneeuw. En vrouwtje schrok toen ze achterom keek en wij daar liepen. Waar dat precies aan lag weet ik niet. Misschien omdat we op tweede kerstdag allebei met een camouflagebroek aan het rondlopen waren.


Hier is het weer vlak en ligt er geen sneeuw

Er was een speeltuintje met daarbij een houten blokhutje en een waterbak. Jammer genoeg stonden die niet midden in de bossen. Dit was ook wel goed. We konden dan nog een keer water bijvullen en iets warms klaarmaken. Ik had bedacht dat het misschien wel lekker was om van de cruesli een soort van warme pap te maken. Met muesli gaat dat ook, dus het zou best lekker kunnen zijn. Het aansteken van het brandertje ging niet helemaal vlekkeloos. Eerst wilde het niet aangaan omdat de benzine er niet goed uit kwam. Dat kwam omdat het nog te koud was. Toen het eindelijk aan bleef na een paar keer proberen liep de druk zo snel op dat het benzine begon te lekken. Heel het ding stond in de fik, midden in dat speeltuintje. We moesten er water overheen gooien het uit te krijgen.

Daarna brandde het brandertje gelukkig wel goed. De cuesli pap was zo klaar. Hij rook best lekker voordat hij aangebrand was. Omdat het iets te heet werd was het toch nog een beetje aangebrand. Bram vond het best lekker. Die had ook al twee dagen bijna niks gegeten. Ik had een hap genomen maar ik ging bijna over m'n nek van hoe smerig het was. Zelfs al had ik heel weinig gegeten vier dagen lang, dat kreeg ik echt niet naar binnen.

Na een stukje vlak gingen we weer de bossen in. Er was een stuk bos waar heel veel bomen omgewaaid waren die allemaal over het pad lagen. Zo te zien waren ze de vorige nacht omgewaaid. We waren blij dat we toen niet daar hadden geslapen.

Het was nog vijf kilometer tot Freiburg. Daar zouden we de volgende ochtend weer op de trein stappen. Al Bram's eten was op, en hij had blaren. Ik had nog wel wat eten, maar dat was ook alleen maar muesli. Verder hadden we het al vijf dagen niet meer echt warm gehad, bijna niet geslapen en al helemaal niet goed gegeten. Dus het werd wel weer tijd om terug naar huis te gaan.

Toch liepen we nog even 1,6 kilometer om om nog naar een uitkijkpunt te gaan. Opzich klinkt dat niet zo ver. Daarom waren we er ook aan begonnen. Het bleek dat we niet alleen 1,6 km verderop moesten zijn, maar ook 400 meter hoger. Via hetzelfde steile pad waarover we omhoog klommen kwamen er ook mountainbikers naar beneden. Ze hadden een soort van harnas aan, met scheenbeschermers en een plaat voor je borst. Tot onze grote verbazing had n van de twee fietsers een geheel roze outfit aan. Dus er was nog hoop.

De uitkijktoren op de Roskopf was heel hoog. Zeker twintig meter. Bovenop was het koud. Bij de zonsondergang hadden we een mooi uitzicht.


Uitzicht vanaf de Roskopf








Freiburg







Vanaf de Roskopf naar Freiburg was nog vijf kilometer. Het was de bedoeling om zo dicht mogelijk bij Freiburg in de buurt te gaan slapen. Na nog een paar kilometer zochten we een goed beschutte plaats uit, want het was vrij druk in de bossen daar met wandelaars. Het werd weer een lange nacht waarin ik niet veel geslapen heb.

Eerst liep er een das of een ander beest rond m'n tent. Toen die weg was hoorde we een wild zwijn een stuk verderop heel hard brullen. Een uur later rende er een hert op een paar meter afstand langs mijn tent. Gelukkig was hij er niet overheen gerend. Het was ook weer een koude nacht.


Route dag 5