Toertochten > Diekirch-Valkenswaard 2009

Diekirch Valkenswaard 2009

Diekirch-Valkenswaard is een tourtocht van 250 km. Dit jaar deden we er voor de derde keer aan mee. Vorig jaar waren we al heel snel binnen. Dit jaar hadden we ongeveer even veel getraind. We wilden weer ongeveer net zo snel binnen zijn als vorig jaar.

Deze keer zijn we met de bus vanuit Valkenswaard naar Diekirch gegaan. Om één uur 's nachts waren we op de parkeerplaast. Daar kregen we nog een lunchpakketje. We konden wachten totdat we onze fietsen als laatste in de bus konden zetten of zo snel mogelijk in de bus gaan zitten. Het leek ons wel slimmer om nog zoveel mogelijk rust te krijgen. De fietsen werden in de "speciaal ingerichte bus" geladen. Toen we de bus binnen liepen was er een vent die meteen zonder hoi te zeggen tegen ons zei "Jongens, die kou gaat morgen een aanslag op jullie benen worden !!!". Verder zei hij niks. We zetten onze stoelen achterover en probeerden zo veel mogelijk te rusten.

De busreis verliep verder rustig. Om vijf uur 's nachts waren we al in Diekirch. Er stonden nog geen hekken bij de start en er waren nog geen wielrenners te zien. Om half zes moesten we er uit van de chauffeur omdat hij weer terug ging rijden. We gingen bij de vrachtwagen wachten totdat onze fiets er uit werd gehaald. Onze fietsen stonden wel helemaal achterin, dus dat duurde een tijdje.

Toen we onze fietsen hadden gingen we meteen naar de start. Dat was ongeveer om zes uur. Er stonden nog geen twintig man voor ons. De man die achter ons stond had de vorig keer de eerste 150 kilometer met ons meegereden. Het was heel koud bij de start. Tegen zeven uur werd het licht. Nadat we een minuut stilte hadden gehouden waarvan bijna niemand had gehoord voor wie het was konden we vertrekken. Er waren weer een hele hoop mensen die niet gewoon bij de start begonnen en daarmee eerder weg probeerden te zijn. We haalden in de eerste veertig kilometer meer mensen in dan er voor ons door de start waren gegaan.

Vorig jaar was het na een uurtje al lekker warm en kwam de zon op. Nu bleef het maar koud. We zaten vanaf het begin al in een snel groepje. Eén ervan ging bij elk heuveltje een stuk voor het groepje rijden. Hij wou ook dat de anderen op kop gingen fietsen. Maar als je dan op kop ging fietsen haalde hij je na een halve minuut al weer in. De Thommersberg kwam iedereen ongeveer even snel op. Behalve Bram, die had niet zo'n klein verzet dus die ging twee keer zo snel naar boven.

Bij de eerste stop hebben we alleen snel gestempeld en een stukje sinaasappel gepakt. Daarna zijn we meteen doorgereden. De rest van het groepje kon ook weer meteen aansluiten. De heuvels gingen weer verder. Er waren veel stukken in het parcours dat ik nog herkende van de vorig twee jaren. Een paar keer had ik daar wel veel voordeel van. Bijvoorbeeld bij een heel scherpe bocht naar rechts vlak nadat we een viaduct waren gepasseerd. En ik wist ook al dat een stukje na de Thommersberg nog een keer een steil klimmetje kwam.

Bij de tweede stop stonden ons pap en ons mam. Die zijn vanaf daar elke keer achter ons aangereden, alleen ik had later pas door dat ze vlak achter ons reden. We wisselden snel onze bidons om voor volle.


De tweede stop



Tweede stop



Bram en water bijvullen


Daarna rustig afdalen tot de rest van de groep weer aansloot. Na de tweede stop was het niet meer zo bergachtig. We reden nog wel een keer verkeerd omdat er een bordje niet zo duidelijk stond. Verder zagen we vooral kleine belgische dorpjes. Ik reed samen met Bram veel voorop in de groep. Er waren nog twee anderen die ook veel voorop reden. De rest hing er vooral achteraan.


Het groepje





Nadat Bram een paar kilometer voorop had gereden ging ik voorop. Dat hield ik weer een paar kilometer vol. Er was nog één andere wielrenner die een halve kilometer op kop wilde fietsen. Niemand wilde daarna op kop gaan. Ik had er ook wel genoeg van onderhand dat niemand mee draaide. Dus ik zei "stelletje lamme zakken" en ik sprintte er maar vandoor. Dat hielp wel, nu moest er wel iemand op kop gaan rijden om mij weer in te halen. Gelukkig was Bram zo slim om dat niet zelf te doen. Daarna snapten er een paar wel dat ze ook maar wat mee moesten rijden. In Visé gingen we de brug weer over. Daar was het ook een voordeel dat je de tocht al twee keer gereden had.










De derde stop was weer heel kort afstappen om een stukje sinaasappel te pakken en dan weer door. We zaten nu niet meer in de grote groep. Samen met iemand in een cervélo-shirt reden we er voor uit. Die reed ook elke keer mee op kop. Na een tijdje kwam de groep toch weer terug. Toen was het eindelijk tijd voor de beruchte Hallembaye. Ik kon me van de terugweg van de fietsvakantie naar Zuid-Frankrijk nog een helling herinneren in de buurt van Visé. Toen reden we ook van Diekirch naar Valkenswaard, maar dan met bagage. Dat was inderdaad de Hallembaye. Ik ging eens op mijn pedalen staan en reed naar boven. Het was best steil. De hele klim was nog geen 900 meter lang.


Daar ligt de Hallembaye



We gaan er vandoor, die wielrenner die voor ons fietst in het geel hoort niet bij Diekirch-Valkenswaard





We keken achterom en zagen dat we een flink gat hadden geslagen met de groep. Toen dachten we er nog niet aan om alleen verder te rijden. Na een kilometer voegde zicht de Cervélo-man bij ons. Ik keek achterom waar de rest van de groep bleef. Die was nergens te vinden. We waren eindelijk los!.


Afdaling van de Hallembaye



De Cervélo man heeft ons bijgehaald





Met zijn drieën draaiden we lekker door. Het werd steeds vlakker. Ik zou het echt mooi vinden als we zo met drie man de finish konden halen. Ongeveer toen de belgische fietspaden begonnen haalden we een man in een zwart fietspak met zwarte fiets bij. Die fietste in het begin in ons groepje, maar die had de laatste 70 kilometer alleen gereden dachten we. Hij was wel moe maar hij deed ook goed mee met om de beurt op kop rijden.


Groepje van drie












De wielrenner in het zwarte pak


Bram die had al geprobeerd in de afdaling vanaf zijn fiets zijn blaas te legen. Dat was zelfs gelukt in de afdaling. Ik wilde dat ook maar proberen, tijd om te stoppen hadden we niet. Net toen ik dat wilde proberen kwamen ons pap en ons mam met de auto langs ons rijden om een foto te maken. Toen zag ik ook pas dat ze de hele tijd al achter ons reden. Ons mam zei later ook nog dat ze wel vond dat Bram op een gegeven moment zo raar op zijn fiets zat.

Het was nog twintig kilometer voordat we bij de laatste stop waren. Ik verwachtte niet dat de groep waar we eerst in zaten nog terug zou kunnen komen. De snelste drie waren er immers uit, en dan zaten ze dus met vier man die allemaal niet op kop wilden rijden. Er kwamen opeens vier wielrenners ons voorbij gefietst. Daar achteraan kwam de hele groep die we er af hadden gereden op de Hallembaye plus nog wat anderen. De vier die voorop reden hadden allemaal een rood shirt aan met een wit kruis er op. Ze reden bij de zelfde vereniging als één van de ventjes uit het groepje. Ze fietsten helemaal niet mee met Diekirch-Valkenswaard, maar kwamen alleen hun vriendje de laatste vijftig kilometer helpen omdat die het niet op eigen kracht kon. Dat vonden wij een klotestreek want nou werden we weer ingehaald terwijl wij eigenlijk veel sneller waren. Die ventjes zelf waren ook nog eens een stel irritante eikels omdat ze allemaal zaten te schreeuwen en bléren om niks. En ze fietsten ook nog eens een paar keer bijna fout. Dan hadden ze nog allemaal van die handgebaartjes die je dan maar moet snappen. Die ene die draaide met z'n vinger een rondje en dat moest dan betekenen dat je moest stoppen. Maar wij dachten dat we mee moesten draaien dus wij halen hem snel in en komt d'r opeens een auto aan. Nou na een tijdje hadden we dus echt zin om die ventjes één voor één van z'n fiets af te schuppen.

Vlak voor de laatste stop hadden ze gelukkig niet door dat ze over een grasveldje moesten fietsen dus konden we iedereen rechtdoor laten rijden en zelf snel over het grasveldje naar de stempelpost rijden. Zonder verder eten te pakken zijn we snel weer op de fiets gesprongen.


Laatste stop


We reden zo hard we konden de laatste 25 vlakke kilometers. Meer dan vijf kilometer hielden we het niet vol of heel die groep kwam er weer aan. Een paar kilometer voor Leende sloegen ze gelukkig af. Even daarvoor kreeg ik nog een duw in mijn rug van iemand die vond dat ik harder door moest fietsen om de aansluiting met die ventjes die niet meededen niet kwijt te raken. Nu kon ik iedereen makkelijk voorbij fietsen en zaten we binnen tien seconden weer voorop. Er was alleen nog één kwal die reed nog steeds voor z'n vriendje op kop dus daar ging ik maar even een praatje mee maken. Ik riep hem en ik vroeg of zo'n startnummer er af was gevallen. Eerst deed ie alsof ie me niet hoorde, maar als je hard genoeg schreeuwt dan helpt dat wel. Dus daarna zei ie dat hij er geen had. Ik vroeg waarom hij dan daar fietste maar daar had ie geen antwoord op. Jammergenoeg fietste hij nog wel mee tot bijna in Valkenswaard.

Het stuk van een paar kilometer voor Leende tot aan het bordje Valkenswaard kon ik alleen maar zo hard mogelijk proberen te trappen en ergens voor in de groep blijven. Bram kon nog wel harder want die was kwaad. Vanaf het bordje Valkenswaard was het één lange sprint tot aan de laatste stempel. De laatste honderd meter ben ik nog heel het groepje voorbij gereden. Dan hadden ze maar meer op kop moeten fietsen en niet hun vriendjes om hulp moeten vragen. Ik liet snel de stempel zetten en dan naar binnen het café in om m'n stempelkaart in te leveren. Bram stond één plaats voor me in het register. Uiteindelijk zijn we 17e en 18e geworden. Nog beter dan vorig jaar.


Bij de finish



Bram bij de finish



Snel de laatste stempel halen









Snel over het podium


We kregen de medaille. Aan de achterkant van het café stond precies iedereen die ik een hand wilde geven bij elkaar. Die man met een oranje lintje aan z'n helm, die ook zo veel op kop reed. De ene man met z'n Cervélo shirt en nog een paar anderen die ook goed gefietst hadden. Voor het café kregen we rozen van die ouders van Bram en ik kreeg nog een roos van Femke. Daarna was het weer tijd voor een lekker koud drankje.


Bram in het café



Bart in het café



Achter het café



Ik was best gaar



De medaille



We konden toch nog lachen


We waren om 13 over 3 binnen, op de 17e en 18e plaats. Vorig jaar waren we 24e en 26e, toen waren we om 5 over 3 binnen.

De tijd van binnenkomst uitgezet tegen het aantal deelnemers. Met rood zijn onze tijd en plaats aangegeven.