Toertochten > Liften naar Parijs

Liften naar Parijs


Inleiding

De studievereniging waar Bram bij zit organiseerde een liftwedstrijd naar Parijs. We moesten van Eindhoven naar de Eiffeltoren liften in één dag.

Voordat we beginnen

's Ochtends om kwart over zeven kwam Bram me ophalen. Samen fietsten we naar Eindhoven. In Eindhoven kreeg ik een lekke band, net voordat we op de Tu/e waren. Een goed begin is het halve werk zullen we maar zeggen. Er waren verschillende plaatsen waar je kon beginnen met liften. We kregen de moeilijkste plek, aan de noordkant van Eindhoven op de ring.

Eerste lift

Met de auto werden we naar de eerste liftplaats bij een benzinestation gebracht. Daar bleken ook al twee anderen te staan die mee deden. Bram maakte een bord "Antwerpen" en we gingen langs de weg staan. Het was zaterdag ochtend. In een half uur tijd waren er vijf mensen gaan tanken. Daarvan ging niemand richting Antwerpen. Na een half uur stopte een auto voor ons. Het was een student die van de liftwedstrijd had gehoord en die dacht dat wij iemand anders waren. Hij wou ons wel naar het Floraplein brengen, alleen hij dacht dat het liften daar moeilijker zou zijn. Een kwartier laten kregen we van iemand anders een lift aangeboden naar het Florapleind. Het was een man die bij het benzinestation zijn hond ging uitlaten. Vroeger had hij ook gelift, en volgens hem was het beter bij het Floraplein. Vijf minuten later had hij ons daar afgezet.

Tweede lift

Degenen die mochten beginnen bij het Floraplein waren al weg. Dat was een goed teken. Met het bord "Antwerpen" gingen we bij de oprit van de snelweg staan. In het uur dat we daar stonden hebben we alle mogelijke handgebaren gezien. "Duim omhoog"-mensen vonden het goed dat we aan het liften waren, of vonden het gewoon grappig ons na te doen. "Duim naar beneden"-mensen dachten dat ze grappig waren. "Middelvinger"-ventje was gewoon een klootzak. Van de vele "naar beneden wijs"-mensen weten we nog steeds niet wat ze bedoelden. Dan had je nog de "naar achter wijs"-mensen bij wie de hele auto al vol zat. De meest voorkomende beweging was de "ik kan er niks aan doen"-beweging. Vooral vrouwen deden die. Je moet dan allebei je handen met de palmen omhoog laten zien, om duidelijk te maken dat je wel iemand mee wilt nemen maar niet richting Antwerpen gaat. Verder waren er ongeveer vier mensen die net deden alsof ze gingen stoppen maar dan op het laatste moment zo hard mogelijk gas gaven. De enige die we nog niet gezien hadden was de "pijp-beweging" (hand ter hoogte van je mond en dan horizontaal op en neer).

Omdat het langs de weg staan niks opleverde ging ik af en toe naar het benzine station om iedereen die daar stond aan te spreken. Ze kwamen allemaal alleen maar tanken. Een man ging naar Maastricht. Toen ik terug kwam zei Bram dat hij ook het ontbrekende gebaar gezien had. Het was al 10 uur, en van de organisatie moesten we bellen als we voor 11 uur nog niet in Frankrijk waren. We liepen dus iets achter op schema. Het was koud buiten, zeker om twee uur lang stil te staan met een kartonnen bord in je handen. Het eerste uur was nog wel grappig. Daarna werd het minder leuk. Terwijl ik weer bij het benzinestation stond was er eindelijk iemand gestopt. Het was een langharige "hippie", zoals we voorspeld hadden. Hij ging tanken en daarna kwam hij door Antwerpen.

We mochten instappen. Het was een relaxte vent. Hij had vier jaar gepokerd voor zijn geld. Nou ging hij weer werken in de IT, want daar had hij voor gestudeerd. Eerst dacht ik dat de snelheidsmeter afweek. Aan de snelheid waarmee we andere auto's inhaalden kon ik zien dat we echt 165 gingen de meeste tijd. Bij Turnhout ging hij even zijn ontbijt halen. Daar stonden twee anderen die ook meededen met de liftwedstrijd. Ze wilden niet met ons mee omdat ze dachten dat we midden in Antwerpen afgezet zouden worden. Met een belegd stokbroodje in de ene hand en een blikje cola in de andere zei de langharige dude dat hij ons buiten Antwerpen op de snelweg richting Brussel zou afzetten, dat was een stuk beter. Dat zei hij terwijl we nog steeds 165 reden en hij met zijn knie aan het stuur de auto bijstuurde. We reden nog even met Mach 3 verder, misten de goede afslag, reden een rondje en werden uiteindelijk vriendelijk afgezet bij een tankstation buiten Antwerpen.

Derde lift

Dit was een groot tankstation met een winkeltje. Eerst probeerden we wat willekeurige mensen aan te spreken die aan het tanken waren. Dat werkte niet. De meesten hoorden je maar half door de snelweg. Na tien minuten proberen had ik de goede methode te pakken. Iedereen die het winkeltje in ging sprak ik aan met "Mag ik u iets vragen? Waar gaat u heen?". Dat ging een stuk beter. Na tien mensen die ons niet konden helpen vonden we een man die ons op de ring rond Brussel af wou zetten. Het was niet erg ver, wel beter dan stilstaan. Dit was al de derde man die vroeger ook had gelift. Hij zou een stukje omrijden om ons op een goede plaats af te zetten. Het regende nu. Hij zette ons af bij een heel klein tankstationnetje.

Vierde lift

We zagen onszelf al weer een uur in de kou staan op dat stomme kleine tankstation, aan de rand van Brussel. De eerste auto stopte er na een paar minuten, die ging niet de goede kant op. We konden niet aan de kant van de weg gaan staan, of bij de stoplichten, want het regende te hard. Een paar minuten later stopte er nog een auto. De bestuurder ging tanken en we spraken hem aan. Hij zei meteen dat hij geen tijd had. Ik vroeg nog een keer waar hij heen ging, hij ging de goede kant op. Daarna had hij pas door dat we met hem mee wilden rijden. Eerst dacht hij dat we hem iets wilden verkopen. Hij kon ons ongeveer 30 kilometer verderop afzetten, daar waren we blij mee. Voordat we in zijn auto konden stappen moest hij eerst de bijrijdersstoel opruimen. Heel z'n auto lag vol met rotzooi. Op de achterbank was net een stukje vrij om op te zitten. Bram moest voorin op een stapel papier gaan zitten. De man die ons een lift gaf was clown Alfonso. Hij was ook levend standbeeld en mime speler. Hij zei dat het wel een echte clownsgrap zou zijn om ons nou terug te brengen naar Nederland in plaats van richting Parijs. Verder was het een grappige vent. Hij zette ons af op een tankstation vlak voor Bergen. Voordat hij wegreed ging hij in z'n auto iets zoeken. Na een tijdje kwam hij met twee gekreukte papiertjes aan, zijn flyers van clown Alfonso.

Vijfde lift

Het tankstation waar we stonden leek op die van de derde lift. Het was groot en redelijk druk, met een winkeltje er bij. Het moeilijke was dat er nu alleen maar Fransen stonden. We wisten eerst niet wat te doen, en welke mensen we aan moesten spreken. Na een paar minuten besloten we wat mensen aan te gaan spreken die buiten stonden. Dat leek eerst niet erg goed te gaan. Een man stond te roken en leek niet erg geïnteresseerd. Toen we vroegen of hij richting Valenciënnes ging mochten we toch meteen mee. Hij was veel aardiger dan hij er uit zag. Ik had het verhaal van "monsigneur épatant" aan hem verteld. Tien kilometer later moest hij ons al weer afzetten, want hij moest verder naar het Noorden.

Zesde lift

Meteen toen we uit de auto kwamen van de vijfde lift sprak ik een man aan die stond te tanken. Hij zei dat hij langs Valenciënnes kwam, maar hij twijfelde ergens over. Dus ik zei dat we naar Parijs gingen. Daar ging hij ook heen, samen met een vrouw die bij hem in de auto zat. Ze wilden ons wel meenemen, maar ze zouden we onderweg gaan eten. Het was nog 250 kilometer tot Parijs, dus wij vonden het al lang goed dat we een stukje mee konden rijden. De vrouw keek niet erg vrolijk dat we mee mochten rijden. Het was ook een klein autootje, waar we net met vier personen in pasten. De man en de vrouw zeiden helemaal niks tegen ons. Niet eens waarom we gingen liften. Ze spraken wel met elkaar. De vrouw sprak Engels met een Frans accent, en de man sprak Frans. Dus ik snapte helemaal niet hoe het zat. Maarja, zolang we maar op weg waren naar Parijs. Al gauw kwamen we aan bij de tolweg, vanaf daar was het 200 kilometer rechtdoor. De regels van de liftwedstrijd waren dat we niet mochten betalen voor vervoer. Gelukkig vroegen ze niet om geld om ons mee te nemen over de tolweg. Na een uurtje rijden stopten ze op een parkeerplaats met een restaurant er bij. Toen zei de man opeens heel vriendelijk dat we wel met hun verder mochten rijden tot Parijs, maar dat ze eerst gingen eten. We zeiden dat we ondertussen zouden proberen een lift te krijgen, en als dat niet lukte we met hun verder zouden rijden.

Zevende lift

Dit was geen goede plek om te liften. Tot nu toe hadden we bijna alle lifts gekregen van mannen die alleen in hun auto zaten. We stonden nu op een parkeerplaats met een restaurant er bij. Daar kwamen alleen gezinnen met kinderen, waarvan de auto vol zat, en die ons sowieso niet mee zouden nemen. Eerst keken we vijf minuten rond. We konden geen goede tactiek verzinnen. Dan maar mensen aanspreken die uit het restaurant komen. Eén man wou geen lifters meenemen. Van de rest zat de auto al vol. Ik sprak een man aan die in zijn auto ging zitten. Hij deed net of hij me niet hoorde. Toen stapte zijn vrouw uit en riep ons na wat we wilden weten. We mochten met hun mee rijden naar Parijs. De man was niet echt vrolijk maar vond het wel goed. De vrouw ging onderweg in haar gids van Parijs precies laten zien waar ze gingen overnachten, dat alles in onverstaanbaar zacht Engels. Het was ongeveer vijf uur. De organisatie van de wedstrijd had die dag ons al 6 keer gebeld waar we zaten. Om 7 uur zouden we met iedereen uit eten gaan in Parijs. Om half 6 werden we door het echtpaar afgezet in het centrum van Parijs. Vanaf daar was het nog vier kilometer hemelsbreed tot de Eiffeltoren. Met hulp van mijn Garmin gps probeerden we daar zo snel mogelijk te komen. Om half 7 belden ze weer van de organisatie, dat we naar het hotel moesten komen omdat het anders te laat was. Ik had echt geen zin om na een hele dag liften op tien minuten na de Eiffeltoren niet te halen. Het dichtsbijzijnde metrostation was gelukkig vlak bij de Eiffeltoren. We liepen daar snel heen en maakten deze foto's:


Bram bij de Eiffeltoren


Bart bij de Eiffeltoren

Nog even later vonden we een metrostation en kwamen we als laatste aan bij het hotel. We waren nog precies op tijd om om 7 uur bij het restaurant te zijn. Uiteindelijk was de eerste van de acht groepen er al iets na half 4. Een andere groep was er al eerder, maar die waren een stuk met de metro gegaan. Twee andere groepen hadden de Eiffeltoren niet meer gehaald voor dat ze naar het hotel moesten komen. We gingen lekker uit eten, 's avonds op stap, en de volgende dag hadden we een leuk dagje Parijs. Zondag avond gingen we met de bus weer naar huis.


De route die we gevolgd hebben, de rode stippen zijn de plaatsen waar we gelift hebben.